8 september 2026
Dit advies herinnert eraan dat het vast (geïndexeerd) bedrag van de erelonen van de commissaris, zoals vastgesteld door de algemene vergadering, moet worden opgenomen in de toelichting bij de jaarrekening en geeft een overzicht van de bestanddelen van de erelonen van de commissaris die:
8 september 2026
De klassieke procedure van ontbinding en vereffening verloopt in verschillende fasen en vereist bij vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid een notariële akte voor de ontbinding, terwijl de sluiting van de vereffening in principe zonder notariële tussenkomst kan plaatsvinden. Bij een ontbinding en sluiting van de vereffening in één akte (zogenaamde turboliquidatie) wordt de vennootschap onmiddellijk ontbonden en vereffend via één enkele notariële akte, mits aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 2:80 WVV is voldaan.
8 september 2026
Dit advies herinnert eraan dat het begrip “naar behoren gemotiveerd uitzonderlijk geval” in de zin van artikel 3:62, §5 WVV restrictief moet worden geïnterpreteerd. Het loutere feit dat eerdere prestaties betrekking hebben op voorgaande boekjaren volstaat niet om een risico op aantasting van de onafhankelijkheid uit te sluiten. De bedrijfsrevisor moet daarom vóór elke benoeming tot commissaris een concrete en gedocumenteerde analyse van alle relevante omstandigheden verrichten.
8 september 2026
De vennootschap verkeert formeel in de alarmbelprocedure wegens historische verliezen, maar is intussen opnieuw winstgevend en beschikt over aanzienlijke cashreserves. Uitkering is evenwel niet mogelijk wegens een negatieve netto-actief test. Zij overweegt een kapitaalvermindering om middelen naar de groep door te stromen. Het WVV laat een formele kapitaalvermindering toe; deze wordt geregeld door artikelen 7:208-7:210 WVV. Een vermindering onder het minimumkapitaal is mogelijk, maar treedt pas in werking na een kapitaalverhoging tot minstens het wettelijk minimum.
8 september 2026
Bij een kapitaalverhoging door inbreng in geld moet de inbreng in principe effectief worden volgestort, wat volgens het Hof van Cassatie ook kan gebeuren via schuldvergelijking met bijvoorbeeld een rekening-courantvordering. Het arrest van 25 september 2006 bevestigt zo de techniek van de debt‑to‑equity swap, zonder zich expliciet uit te spreken over de kwalificatie als geld- of natura-inbreng. Volgens het ICCI blijft het in deze juridisch om een geldverbintenis gaan, waarbij schuldvergelijking louter een wijze van betaling is.
8 september 2026
8 september 2026
Wanneer de waardering in het kader van het nieuwe artikel 102 van het WIB 1992 gebeurt volgens de wettelijk voorziene methodes, kan een opdracht tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden (opdracht “agreed-upon procedures – AUP”, ISRS 4400) louter contractueel worden uitgevoerd en blijft zij beperkt tot feitelijke vaststellingen zonder waardebepaling. Indien wordt afgeweken van deze methodes, laat de wet toe dat de belastingplichtige de waarde laat bepalen in het kader van een echte waarderingsopdracht door een bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant. In dat geval kan een AUP opdracht deze opdracht niet vervangen.
8 september 2026
Het advies verduidelijkt de toepassing van de groottecriteria van art. 1:24 WVV voor de beoordeling of een vennootschap onderworpen is aan de wettelijke controle van de jaarrekening. Het herinnert eraan dat de hoedanigheid van “kleine vennootschap” in beginsel pas wordt verloren wanneer meer dan één criterium gedurende twee opeenvolgende boekjaren wordt overschreden, met uitwerking vanaf het daaropvolgende boekjaar (uitgesteld effect). De wet van 28 maart 2024, gewijzigd op 15 mei 2024 (omzetting van Richtlijn (EU) 2023/2775), neutraliseert dit uitgesteld effect voor boekjaar 2024 en legt een onmiddellijke toepassing van de verhoogde drempels op. Op basis van de meegedeelde cijfers kwalificeert de vennootschap als “groot” in 2022 et 2023 volgens de vroegere drempels en blijft zij “groot” in 2024 volgens de nieuwe, onmiddellijk toepasselijke drempels, zodat een commissaris moest worden aangesteld vanaf de controle van boekjaar 2024. Het feit dat de vennootschap de criteria in 2025 niet meer overschrijdt is niet relevant aangezien de commissaris aangesteld blijft tot op het einde van zijn driejarig mandaat.
2 juli 2026
Het is aan de bedrijfsrevisor zelf om, geval per geval, te beoordelen of hij de waarderingsopdracht in het kader van de meerwaardebelasting (nieuw art. 102 WIB 1992) met de vereiste objectiviteit en geloofwaardigheid kan uitvoeren, overeenkomstig de wettelijke en deontologische vereisten.
Hoewel de bedrijfsrevisor in dit geval noch de commissaris noch de gebruikelijke beroepsbeoefenaar van de cliënt is, vereist de aanwezigheid van een lid van zijn netwerk als gebruikelijke beroepsbeoefenaar een analyse van de bedreigingen voor de objectiviteit maar ook voor de geloofwaardigheid. Deze beoordeling moet naar behoren in het dossier worden gedocumenteerd.
25 juni 2026
25 juni 2026
25 juni 2026