• Type opdracht

    Kies een thema

  • Sleutelwoord

    Kies een thema

  • Klant type

    Kies een thema

Uw selectie:

    22 oktober 2026

    Boekhoudkundige verwerking van centrale inning van lonen / Traitement comptable de l’encaissement centralisé des salaires (26-033)

    Een vereniging die voor rekening van haar leden lonen int en uitbetaalt zonder zelf werkgever te zijn, treedt op als mandataris en draagt niet de economische last van deze lonen. Daarom vormen deze lonen geen personeelskost van de vereniging en mogen zij boekhoudkundig via de balans worden verwerkt zonder opname in de resultatenrekening. De betrokken werknemers moeten worden opgenomen in de sociale balans van de leden-werkgevers en niet in die van de vereniging.

    22 oktober 2026

    Toepassing van artikel 5:7, §2 WVV bij een waardering door een buitenlandse bedrijfsrevisor / Application de l’article 5:7, § 2 CSA en cas d’évaluation par un réviseur d’entreprises étranger (26-030)

    Artikel 5:7, §2, 2° WVV voorziet in een vrijstelling van het verslag over de inbreng in natura door een bedrijfsrevisor wanneer de vermogensbestanddelen reeds door een bedrijfsrevisor werden gewaardeerd en voor zover aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
    Het begrip “bedrijfsrevisor” kan zo worden geïnterpreteerd dat het ook een wettelijke auditor omvat die in een andere lidstaat van de Europese Unie is erkend.
    Het bestuursorgaan moet evenwel binnen één maand na de effectieve inbreng de verklaring bedoeld in artikel 5:7, §3 WVV neerleggen en bekendmaken.

    22 oktober 2026

    Toepassing van artikels 3:72 en 1:24 WVV en reikwijdte van de uitzondering voorzien in artikel 3:72, 2° WVV met betrekking tot kleine vennootschappen / Application des articles 3:72 et 1:24 CSA et portée de l’exception prévue à l’article 3:72, 2° CSA pour les petites sociétés (26-028)

    Voor de toepassing van artikel 3:72, 2° WVV moet de grootte van een moedervennootschap overeenkomstig artikel 1:24 WVV op geconsolideerde basis worden beoordeeld. Indien die beoordeling ertoe leidt dat de moedervennootschap als een grote vennootschap wordt aangemerkt, moet zij een commissaris benoemen. De dochtervennootschappen van een groep van beperkte omvang blijven daarentegen individueel beoordeeld, tenzij zij deel uitmaken van een groep die verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te stellen en openbaar te maken.

    22 oktober 2026

    Waardering in het kader van de meerwaardebelasting: minderheidskorting en beoordeling door de fiscale administratie / Valorisation dans le cadre de l’impôt sur les plus-values : décote de minorité et appréciation par l’administration fiscale (26-026)

    De waarderingsopdracht bedoeld in artikel 102 WIB 1992 heeft betrekking op de vaststelling van de waarde van aandelen op 31 december 2025 en niet op een waardebepaling in functie van een latere overdracht. Dit sluit aan bij het huidige standpunt van het IBR en het ITAA dat bij waarderingen in het kader van de meerwaardebelasting geen minderheidskorting (décote) wordt toegepast. Het ICCI kan zich niet uitspreken over de wijze waarop de fiscale administratie een concreet dossier zou beoordelen, maar merkt op dat een waarderingsverslag geen bindende kracht heeft ten aanzien van de fiscale administratie.

    8 september 2026

    Ereloon van de commissaris opgenomen in de toelichting bij de jaarrekening / Honoraires du commissaire repris dans l’annexe aux comptes annuels (26-017)

    Dit advies herinnert eraan dat het vast (geïndexeerd) bedrag van de erelonen van de commissaris, zoals vastgesteld door de algemene vergadering, moet worden opgenomen in de toelichting bij de jaarrekening en geeft een overzicht van de bestanddelen van de erelonen van de commissaris die:

    • uitgesloten zijn, zoals de btw;
    • afzonderlijk kunnen worden doorgerekend mits een uitdrukkelijke bepaling hierover bij de aanstelling door de algemene vergadering en voor zover er geen enkele beoordelingsmarge voor de commissaris bestaat, zoals de IBR‑bijdragen en de kosten van wettelijke opzoekingen;
    • begrepen zijn in het vast bedrag zoals vastgesteld door de algemene vergadering, zoals de kantoorkosten.

    8 september 2026

    Ontbinding en vereffening van vennootschappen: één of twee notariële aktes vereist? / Dissolution et liquidation des sociétés : faut-il prévoir un ou deux actes notariés ? (26-024)

    De klassieke procedure van ontbinding en vereffening verloopt in verschillende fasen en vereist bij vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid een notariële akte voor de ontbinding, terwijl de sluiting van de vereffening in principe zonder notariële tussenkomst kan plaatsvinden. Bij een ontbinding en sluiting van de vereffening in één akte (zogenaamde turboliquidatie) wordt de vennootschap onmiddellijk ontbonden en vereffend via één enkele notariële akte, mits aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 2:80 WVV is voldaan.

    8 september 2026

    Artikel 3:62, §5 WVV – onafhankelijkheid en cooling-inperiode / Article 3:62, § 5 CSA – indépendance et période de cooling-in (26-023)

    Dit advies herinnert eraan dat het begrip “naar behoren gemotiveerd uitzonderlijk geval” in de zin van artikel 3:62, §5 WVV restrictief moet worden geïnterpreteerd. Het loutere feit dat eerdere prestaties betrekking hebben op voorgaande boekjaren volstaat niet om een risico op aantasting van de onafhankelijkheid uit te sluiten. De bedrijfsrevisor moet daarom vóór elke benoeming tot commissaris een concrete en gedocumenteerde analyse van alle relevante omstandigheden verrichten.

    8 september 2026

    Wettelijkheid van een kapitaalvermindering / Légalité d’une réduction de capital (26-022)

    De vennootschap verkeert formeel in de alarmbelprocedure wegens historische verliezen, maar is intussen opnieuw winstgevend en beschikt over aanzienlijke cashreserves. Uitkering is evenwel niet mogelijk wegens een negatieve netto-actief test. Zij overweegt een kapitaalvermindering om middelen naar de groep door te stromen. Het WVV laat een formele kapitaalvermindering toe; deze wordt geregeld door artikelen 7:208-7:210 WVV. Een vermindering onder het minimumkapitaal is mogelijk, maar treedt pas in werking na een kapitaalverhoging tot minstens het wettelijk minimum.

    8 september 2026

    Kan een kapitaalverhoging door een inbreng in geld volgestort worden met een schuldvergelijking (rekening-courant)? / Une augmentation de capital réalisée par un apport en numéraire peut-elle être libérée par compensation de dettes (compte courant) ? (26-021)

    Bij een kapitaalverhoging door inbreng in geld moet de inbreng in principe effectief worden volgestort, wat volgens het Hof van Cassatie ook kan gebeuren via schuldvergelijking met bijvoorbeeld een rekening-courantvordering. Het arrest van 25 september 2006 bevestigt zo de techniek van de debt‑to‑equity swap, zonder zich expliciet uit te spreken over de kwalificatie als geld- of natura-inbreng. Volgens het ICCI blijft het in deze juridisch om een geldverbintenis gaan, waarbij schuldvergelijking louter een wijze van betaling is.

    8 september 2026

    Opzegging commissarismandaat / Révocation d’un mandat de commissaire (26-013)

    Overeenkomstig artikel 3:61 WVV is de commissaris benoemd voor een mandaat van drie jaar. Het mandaat kan niet voortijdig worden beëindigd omdat de vennootschap niet langer voldoet aan de voorwaarden om een verplichte consolidatie op te stellen.

    8 september 2026

    Waardering in het kader van het nieuwe artikel 102 WIB 1992 en opdrachten van overeengekomen specifieke werkzaamheden / Valorisation au regard du nouvel article 102 du CIR 1992 et missions de procédures convenues (26-012)

    Wanneer de waardering in het kader van het nieuwe artikel 102 van het WIB 1992 gebeurt volgens de wettelijk voorziene methodes, kan een opdracht tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden (opdracht “agreed-upon procedures – AUP”, ISRS 4400) louter contractueel worden uitgevoerd en blijft zij beperkt tot feitelijke vaststellingen zonder waardebepaling. Indien wordt afgeweken van deze methodes, laat de wet toe dat de belastingplichtige de waarde laat bepalen in het kader van een echte waarderingsopdracht door een bedrijfsrevisor of gecertificeerd accountant. In dat geval kan een AUP opdracht deze opdracht niet vervangen.

    8 september 2026

    Groottecriteria (art. 1:24 WVV) en wettelijke controleplicht / Critères de taille (art. 1:24 CSA) et obligation de contrôle légal (26-008)

    Het advies verduidelijkt de toepassing van de groottecriteria van art. 1:24 WVV voor de beoordeling of een vennootschap onderworpen is aan de wettelijke controle van de jaarrekening. Het herinnert eraan dat de hoedanigheid van “kleine vennootschap” in beginsel pas wordt verloren wanneer meer dan één criterium gedurende twee opeenvolgende boekjaren wordt overschreden, met uitwerking vanaf het daaropvolgende boekjaar (uitgesteld effect). De wet van 28 maart 2024, gewijzigd op 15 mei 2024 (omzetting van Richtlijn (EU) 2023/2775), neutraliseert dit uitgesteld effect voor boekjaar 2024 en legt een onmiddellijke toepassing van de verhoogde drempels op. Op basis van de meegedeelde cijfers kwalificeert de vennootschap als “groot” in 2022 et 2023 volgens de vroegere drempels en blijft zij “groot” in 2024 volgens de nieuwe, onmiddellijk toepasselijke drempels, zodat een commissaris moest worden aangesteld vanaf de controle van boekjaar 2024. Het feit dat de vennootschap de criteria in 2025 niet meer overschrijdt is niet relevant aangezien de commissaris aangesteld blijft tot op het einde van zijn driejarig mandaat.