7 maart 2024

  1. De volgende situatie wordt beschreven:

“Op 31 december 2023 loopt de overgangsperiode af met betrekking tot de vereenvoudigde omzettingsprocedure voor vennootschappen. Vanaf 1 januari 2024 worden bestaande vennootschappen van rechtswege omgezet naar de (corresponderende) nieuwe vennootschapsvorm waarbij de bestuurders verplicht zijn binnen de 6 maanden een algemene vergadering bijeen te roepen om de statuten aan te passen aan de nieuwe vennootschapsvorm.

Dient hiervoor de procedure van Boek 14 te worden toegepast (bijzonder verslag bestuursorgaan, opmaken van staat van actief en passief, controleverslag) of volstaat de loutere beslissing van deze (notariële) statutenwijziging en overeenkomstige publicatie in de Bijlagen van het BS?”

 

  1. Om de vraag te beantwoorden wenst het ICCI eerst naar art.43 §3 en §4 van de Wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen te verwijzen. Deze stelt het volgende:

    Art.43.  (…) § 3. Binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de dag dat deze rechtspersonen van rechtswege in een andere rechtsvorm zijn omgezet, dient het bestuursorgaan de algemene vergadering bijeen te roepen met als agenda de aanpassing van de statuten aan de nieuwe rechtsvorm. De leden van het bestuursorgaan zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de schade geleden door de rechtspersoon of door derden ten gevolge van de niet-nakoming van deze verplichting

    “§4. De rechtspersonen die één van de in paragraaf 1 vermelde rechtsvormen hebben aangenomen kunnen zich tot 1 januari 2024 vrijwillig omzetten in de in paragraaf 2 voor hen aangeduide rechtsvorm. Deze omzetting vereist een statutenwijziging. De procedure van omzetting van vennootschappen zoals bepaald in boek 14, titel 1, hoofdstuk 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen vindt geen toepassing. (…).”

      

    Dit wordt ook bevestigd in TAA afl. 77, waar het volgende wordt bepaald in verband met de omzetting van CV’s in BV’s[1]:

    Voor die CV’s die uit gebrek aan kennis, of uit balorigheid of omdat ze verkeerd worden geadviseerd, ten onrechte stil blijven zitten, biedt art. 41, § 2 een uitweg: zij zullen van rechtswege – en dus opnieuw zonder dat de procedure van omzetting moet worden toegepast – worden omgezet in een BV. Het bestuursorgaan moet dan in beginsel binnen zes maanden het nodige doen om de statuten met deze van rechtswege omzetting in overeenstemming te brengen. 

    Hieruit kan het ICCI concluderen dat de procedure van boek 14, titel 1, hoofdstuk 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet van toepassing is en er geen verslag van het bestuursorgaan en geen controleverslag van een bedrijfsrevisor vereist is.

     

    *****

    Sleutelwoorden: overgangsrecht, omzetting

    Mots-clés : droit transitoire, transformation


    [1] M. Wyckaert,“De CV in het WVV: Een pleidooi voor maximaal respect voor de bedoeling van de wetgever, ook voor de commissaris”, TAA 2023, afl.77, p.72 : taa_77_def.pdf (icci.be).

______________________________

Disclaimer: Hoewel het Informatiecentrum voor het Bedrijfsrevisoraat (ICCI) met de grootste zorgvuldigheid de ontvangen vragen behandelt en hiervoor beroep doet op personen met de vereiste bekwaamheden, wordt ten aanzien van de antwoorden geen enkele garantie geboden en draagt het geen enkele contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid voor de eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit feitelijke of juridische vergissingen die werden begaan in het kader van de verstrekte antwoorden en informatie. Het antwoord wordt alleen in de taal van de vraagsteller overgenomen. De lezer en in het algemeen de gebruiker van dit antwoord blijft als enige verantwoordelijk voor het gebruik daarvan.