Actueel

 

WVV: Compilatie van TAA-artikelen

Update

8 april 2022

5227 views

Uitreiking van de ICCI-Prijzen in het Belgisch universitair onderwijs aan masterproeven in het domein van auditing

28 maart 2022

239 views

Update commissarisverslagen 17/12/2021

17 december 2021

611 views

Laatste adviezen

20 mei 2022

Bestemming van niet-opgevraagde dividenden – effecten aan toonder - Destination des dividendes non réclamés – titres au porteur

Les dividendes mis en paiement mais non réclamés depuis de très nombreuses années peuvent-ils être pris en résultat compte tenu des délais de prescription, ou doivent-ils toujours être consignés à la Caisse des dépôts et consignations ?

10 mei 2022

Neerlegging van de niet-goedgekeurde jaarrekening – impact op het verslag van de commissaris – Dépôt de comptes annuels non-approuvés -impact sur le rapport du commissaire

 Heeft de CBN een nieuw standpunt ingenomen inzake de voorlopige neerlegging van de niet-goedgekeurde jaarrekening na het tegenovergesteld standpunt van de NBB?  De jaarrekening 2020 is opgemaakt door het bestuursorgaan waarover de commissaris verslag heeft uitgebracht. Het bestuursorgaan heeft een algemene vergadering bijeengeroepen voor de enige aandeelhouder, de Belgische moedervennootschap, maar omwille van onenigheid tussen aandeelhouders bij de moedervennootschap verschijnt de vaste vertegenwoordiger niet. Quid naleving van het WVV en invloed ervan op het verslag van de commissaris over de jaarrekening 2021? De volgende situatie wordt beschreven:

5 mei 2022

Weigering van neerlegging van revisorale verslagen getekend met gekwalificeerde elektronische handtekening door de griffie van de Ondernemingsrechtbank – Refus de dépôt de rapports révisorales signés par signature électronique qualifiée par le greffe du Tribunal de l’entreprise

De griffie van een ondernemingsrechtbank weigert revisorale verslagen getekend met gekwalificeerde elektronische handtekening. Ook zijn er notarissen die deze verslagen niet als eensluidend willen verklaren, omdat ook zij de elektronische handtekening niet aanvaarden en aan de bedrijfsrevisor vragen om voorafgaand aan de aanvaarding bij hen ter plaatse op kantoor te komen. Begaat de bedrijfsrevisor een professionele fout als hij weigert om een handgetekend verslag door te sturen en quid als daardoor het verslag niet wordt neergelegd? 

5 mei 2022

Ontbinding en vereffening in één akte – bouwonderneming - tienjarige aansprakelijkheid – Dissolution et liquidation en un seul acte – entreprise de construction - responsabilité décennale

Is een vereffening in één akte mogelijk ingeval van een bouwonderneming op basis van de vermelding in de notariële akte van een erkenning ten persoonlijke titel van de tienjarige aansprakelijkheid door de bestuurders-aandeelhouders?

4 mei 2022

Geruisloze partiële splitsing en verslag over de inbreng in natura – Scission partielle silencieuse et rapport concernant l’apport en nature

 Een vennootschap BV X wordt gesplitst en de verkrijgende vennootschappen zijn  BV Y (zustervennootschap) en BV Z (moedervennootschap) die alle (100%) aandelen van BV X bezit. Voor de inbreng van een deel van het vermogen van BV X in BV Z worden geen nieuwe aandelen uitgegeven. Dient een verslag over de inbreng in natura te worden opgesteld in hoofde van BV Z?

27 april 2022

Inbreng in natura en DAC6-verplichting – Apport en nature et obligation DAC6

Indien een verrichting kwalificeert als een DAC6-transactie, is de commissaris dan gehouden door het beroepsgeheim en kan hij als intermediair dus zelf geen melding doen? Indien hij zijn cliënt schriftelijk inlicht dat deze verrichting door de cliënt moet worden gemeld, heeft hij dan geen zoekplicht en is hij aldus niet verplicht om na te kijken of de melding is gebeurd? Of is men als commissaris verplicht om een lijst op te vragen van alle DAC6-meldingen? Als de melding er niet bijstaat, moet hij de overtreding dan opnemen in het commissarisverslag omwille van het beroepsgeheim? 

alle adviezen

Boeken

7 december 2021

Nieuwe technologieën en het auditberoep

2021-1

4 december 2020

Impact van de wijzigingen in het burgerlijk recht op het beroep van bedrijfsrevisor

17 december 2019

Nieuwe en aangepaste opdrachten van de bedrijfsrevisor in het WVV

2019-02

Rechtspraak

20 april 2022

Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde, 18 oktober 2021 – Oprichtersaansprakelijkheid wegens kennelijk ontoereikend aanvangsvermogen en aansprakelijkheid van de economische beroepsbeoefenaar die bijstand verleent bij de opmaak van het financieel plan

Het vonnis van de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Dendermonde dd. 18/10/2021 inzake Oprichtersaansprakelijkheid wegens kennelijk ontoereikend aanvangsvermogen en aansprakelijkheid van de economische beroepsbeoefenaar die bijstand verleent bij de opmaak van het financieel plan 

21 maart 2022

Hof van Cassatie, 9 december 2021 – nietigheid ingeval van schending van de regels voor belangenconflicten

Op de vraag of de nietigheidssanctie geldt bij elke schending van de belangenconflictregeling oordeelt het Hof van Cassatie in een arrest van 9 december 2021 (C.19.0644.N) het volgende:

 

Een beslissing of verrichting kan worden nietig verklaard indien de schending van de belangenconflictregeling de totstandkoming ervan heeft kunnen beïnvloeden. Dit is het geval wanneer de naleving van het voorschrift kon hebben geleid tot het afwijzen van de voorgenomen beslissing of verrichting of tot de aanvaarding ervan onder sterk verschillende voorwaarden.

(…)

Door aldus te oordelen dat de vordering tot nietigverklaring niet kon worden toegewezen omdat een formele mededeling van het belangenconflict in de gegeven omstandigheden geen wezenlijke invloed zou hebben gehad op de besluitvorming van de raad van bestuur, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.”

 

Enkel wezenlijke schendingen van de belangenconflictregels, die de besluitvorming of de verrichting kunnen beïnvloeden, kunnen aldus tot de nietigheid van het besluit of de verrichting die heeft plaatsgevonden met overtreding van deze belangenconflictregels leiden.

1 februari 2022

Grondwettelijk Hof arrest nr. 7/2022 van 20 januari 2022 – Vernietiging van enkele bepalingen van de wet van 7 december 2016 zoals ingevoegd bij de artikelen 147 en 152 van de wet van 20 juli 2020

Gelet op de functie en bevoegdheden van de bedrijfsrevisoren, in het bijzonder de uitoefening van de revisorale opdrachten en de onafhankelijkheid, integriteit en objectiviteit die daarbij van de bedrijfsrevisor worden verwacht, kan volgens het Grondwettelijk Hof worden aanvaard dat de wetgever verregaande vereisten inzake de betrouwbaarheid van bedrijfsrevisoren oplegt, zoals gedefinieerd door artikel 5, § 1, 2° van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren.

 

In dat verband vermocht de wetgever redelijkerwijze te oordelen dat natuurlijke personen die worden veroordeeld tot een strafrechtelijke geldboete wegens een inbreuk op de preventieve witwaswetgeving automatisch de betrouwbaarheid als bedrijfsrevisor verliezen, zelfs wanneer het bedrag van de opgelegde geldboete gering is, waarbij aan het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR) geen beoordelingsvrijheid wordt toegekend (art. 9, § 1, 3° van de wet van 7 december 2016). Een dergelijk automatisch verlies van betrouwbaarheid en de daarmee gepaard gaande verplichting voor het IBR om de hoedanigheid van bedrijfsrevisor te weigeren of in te trekken, houden op zich geen onevenredige beperking in van de rechten van de betrokken natuurlijke personen.

 

De bestreden bepaling heeft volgens het Hof evenwel onevenredige gevolgen, in zoverre het verlies van de betrouwbaarheid op grond van artikel 5, § 1, 2°, f) van de wet van 7 december 2016 van onbeperkte duur is, waarbij het zelfs niet mogelijk is voor het IBR om na verloop van een bepaalde periode in concreto te beoordelen of de betrokkene opnieuw betrouwbaar kan worden geacht en hem derhalve alsnog de hoedanigheid van bedrijfsrevisor kan worden toegekend. Het is onevenredig streng ervan uit te gaan dat het verlies van de betrouwbaarheid als bedrijfsrevisor in zulke gevallen per definitie onherroepelijk zou zijn en de betrouwbaarheid in geen enkele omstandigheid nog zou kunnen worden hersteld. 

Alle rechtspraak