2 februari 2026
76 views
21 januari 2026
263 views
15 januari 2026
320 views
27 januari 2026
Artikel 3:63 WVV bevat regels inzake de onafhankelijkheid voor de commissaris in het kader van de wettelijke controle van de jaarrekening. Het is niet van toepassing op een bedrijfsrevisor die deze functie niet uitoefent, tenzij hij deel uitmaakt van het netwerk van de commissaris.
27 januari 2026
De opvolger van een commissaris mag de permanente stukken (zoals contracten ) raadplegen als daarin onderzoeksnotities van de voorganger-commissaris voorkomen of als ze in zijn auditdossier zijn opgenomen. Deze documenten maken in dat geval deel uit van de werkdocumenten die de opvolger mag bekijken op grond van artikel 86, § 1, 2° van de wet van 7 december 2016. De raadpleging van het dossier is echter een uitzondering op het beroepsgeheim en geeft de commissaris-opvolger geen recht om afschriften van het dossier te eisen. Als de stukken geen onderzoeksnotities bevatten of niet in het elektronische dossier zijn opgenomen, is het de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan van de gecontroleerde entiteit om deze documenten aan de nieuwe commissaris te verstrekken, aangezien deze documenten niet door de commissaris zelf zijn gecreëerd en eigendom blijven van de entiteit zelf.
27 januari 2026
Het is niet toegelaten om het niet afgeschreven gedeelte van de kapitaalsubsidies te incorporeren in het kapitaal. Een autonoom gemeentebedrijf opgericht in het Waals Gewest (een “régie communale autonome”, afgekort RCA) is verplicht zich te houden aan de boekhoudregels zoals opgenomen in het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (KB/WVV), evenals aan de relevante bepalingen van het WVV.
27 januari 2026
Een zuiver contractuele opdracht zonder attest of verslag bestemd voor derden (die dus geen contractuele audit noch een wettelijke opdracht vormt) valt niet onder artikel 3:97, § 1 WVV. Op deontologisch vlak is het evenwel gerechtvaardigd zich de vraag te stellen of de bedrijfsrevisor deze activiteit kan blijven uitoefenen zonder afbreuk te doen aan de waardigheid van zijn functie, zoals bedoeld in artikel 29, § 1, van de wet van 7 december 2016. Op strafrechtelijk vlak kan het risico dat de bedrijfsrevisor als medeplichtige wordt beschouwd indien een wettelijk verplichte benoeming van een commissaris achterwege blijft, niet geheel worden uitgesloten.
27 januari 2026
Artikel 12:26 §1 lid 6 WVV bepaalt dat een verslag over het fusievoorstel moet worden opgesteld door een commissaris, of door een bedrijfsrevisor of gecertificeerde accountant, tenzij alle vennoten of aandeelhouders en houders van andere stemrechtverlenende effecten van alle bij de fusie betrokken vennootschappen unaniem afstand doen van deze verplichting. Boek 4 WVV, dat betrekking heeft op de maatschap, de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap, voorziet niet in een controleverslag in geval van kapitaalverhoging door inbreng in natura. Daarom is de overblijvende commanditaire vennootschap niet verplicht om een verslag over het fusievoorstel noch een verslag over de inbreng in natura te verkrijgen.
27 januari 2026
Het advies verduidelijkt dat, hoewel de wet geen verplichte volgorde van agendapunten oplegt, uit de juridische en boekhoudkundige logica blijkt dat de gewone algemene vergadering eerst de jaarrekening goedkeurt (inclusief het voorstel tot resultaatbestemming) en daarna beslist over de bestemming van het resultaat.
18 dec 2025
TAA n° 93 - Assurancerapporten met een beperkte mate van zekerheid in het kader van de CSRD: te trekken lessen uit de eerste golf van Belgische duurzaamheidsverslagen
24 nov 2025
TAA n° 92 - De benoeming van de commissaris door de algemene vergadering van aandeelhouders van genoteerde vennootschappen in contextueel perspectief
1 augustus 2024
10 januari 2024
15 mei 2023
Cassatievoorzieningen in strafzaken durven nogal eens gekenmerkt te worden door een grote mate van inventiviteit. Meestal draait die inventiviteit op niets uit. Zo ook in het arrest van 21 maart 2023.
De eiser in cassatie was schuldig bevonden aan het misdrijf misbruik van vertrouwen (art. 491 Sw.). Deze schuldigverklaring was het gevolg van het opnemen van bedragen in een rekening-courant van zijn vroegere vennootschap.