16 juni 2026
163 views
27 mei 2026
1623 views
26 mei 2026
263 views
25 juni 2026
De moedervennootschap wordt beschouwd als groot in de zin van artikel 1:24 WVV, indien zij, gedurende twee opeenvolgende boekjaren, twee van de drie criteria overschrijdt, namelijk het balanstotaal, de jaarlijkse netto-omzet en het gemiddeld aantal werknemers. Op basis van de meegedeelde geconsolideerde cijfers kwalificeert de groep echter als een groep van beperkte omvang in de zin van artikel 1:26 WVV. In dit geval dient er geen geconsolideerde jaarrekening opgesteld te worden. Aangezien de moedervennootschap zelf groot is op basis van de criteria van artikel 1:24 §1, dient zij wel een bedrijfsrevisor aan te stellen voor de wettelijke controle van haar enkelvoudige jaarrekening. De analyse betreffende de verplichting tot consolidatie en de analyse betreffende de kwalificatie kleine versus grote vennootschap en aldus de benoeming van een commissaris, zijn afzonderlijke analyses.
25 juni 2026
Dit advies behandelt de boekhoudkundige verwerking van voordelen die via een cafetariaplan ter beschikking worden gesteld, met bijzondere aandacht voor multimedia voor privégebruik. In lijn met het advies van 29 september 2023 wordt geoordeeld dat de via het cafetariaplan verkregen voordelen als bezoldiging moeten worden beschouwd, aangezien de werknemer er economisch eigenaar van wordt. Zodoende kunnen er geen richtlijnen gegeven worden voor activering en afschrijving van dergelijke voordelen, omdat deze verwerking niet te verzoenen is met de economische realiteit en de kenmerken van investeringen en een activabestanddeel.
25 juni 2026
Of de tussenkomst van een bedrijfsrevisor in het kader van de ontbinding en vereffening van een vennootschap onder firma is vereist, hangt af van de toegepaste procedure.
15 juni 2026
Het advies heeft betrekking op de boekhoudkundige verwerking van een zusterfusie en herinnert eraan dat een inbreng in natura niet vereist is in het kader van deze vereenvoudigde procedure.
De bijzondere regels van artikel 3:56 van het KB/WVV zijn van toepassing op de boekhoudkundige verwerking (principe van boekhoudkundige continuïteit).
Om de eigen vermogensbestanddelen van de overgenomen vennootschappen te boeken met behoud van het fiscale statuut van het “gestort kapitaal”, bepaalt artikel 211, §1, 2°, WIB 92 voortaan dat de vrijgestelde reserves vrijgesteld blijven en dat er geen vermindering van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap ten gunste van de overnemende vennootschap hoeft plaats te vinden.
7 mei 2026
De bedrijfsrevisor blijft ingeschreven in het openbaar register van het Instituut in de hoedanigheid van “tijdelijk verhinderde bedrijfsrevisor” zolang de onverenigbaarheid voortduurt. De tijdelijk verhinderde bedrijfsrevisor kan slechts onder bepaalde voorwaarden de toestemming verkrijgen om opnieuw revisorale opdrachten uit te oefenen.
7 mei 2026
Wanneer een VZW er niet langer in slaagt haar commissaris te contacteren, kan zij overgaan tot diens herroeping om gewichtige redenen. Deze beslissing behoort tot de bevoegdheid van de algemene vergadering van de betrokken VZW. De commissaris moet voorafgaandelijk op de hoogte worden gebracht van het agendapunt (om schriftelijke opmerkingen te kunnen indienen) en moet voor de algemene vergadering worden opgeroepen met naleving van de geldende termijnen. Indien herroeping of ontslag onmogelijk blijken, kan — rekening houdend met de dringendheid en de planning — in kort geding aan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank worden verzocht om in een vervanging te voorzien. Het advies benadrukt bovendien dat de onderbreking van een commissarismandaat niet leidt tot het einde van de verplichting om een commissaris te benoemen.
16 apr 2026
TAA nr. 95 - De impact van ESG-assuranceniveaus op de investeringsbeslissingen van semi-professionele investeerders: een experimenteel onderzoek
16 apr 2026
TAA nr. 95 - The effect of audit firm size and the Covid-19 pandemic on audit quality: evidence from Belgium
1 augustus 2024
10 januari 2024
15 mei 2023
Cassatievoorzieningen in strafzaken durven nogal eens gekenmerkt te worden door een grote mate van inventiviteit. Meestal draait die inventiviteit op niets uit. Zo ook in het arrest van 21 maart 2023.
De eiser in cassatie was schuldig bevonden aan het misdrijf misbruik van vertrouwen (art. 491 Sw.). Deze schuldigverklaring was het gevolg van het opnemen van bedragen in een rekening-courant van zijn vroegere vennootschap.