De Europese Unie (EU) heeft een ambitieus doel vastgesteld door te streven naar een koolstofarme economie tegen 2050. Het Draghi-rapport, dat in opdracht van de Europese Commissie (EC) is opgesteld en op 9 september 2024 is gepubliceerd, benadrukt dat decarbonisatiebeleid de groei kan stimuleren, mits het wordt afgestemd op het industriebeleid, het concurrentiebeleid, het economisch beleid en het handelsbeleid. In deze context heeft de Commissie in januari 2025 het kompas voor concurrentievermogen gepubliceerd om haar werkzaamheden voor de komende vijf jaar te sturen, waarbij prioritaire maatregelen worden vastgesteld om de economische groei van Europa te stimuleren en wetgeving wordt voorgesteld om de rapporteringsverplichtingen op het gebied van duurzaamheid te verlichten en te vereenvoudigen.
Daartoe heeft de Europese Commissie op 26 februari 2025 haar voorstellen voor de Omnibuswetgeving (Omnibus I & Omnibus II) gepubliceerd. Deze voorstellen zijn bedoeld om de rapporteringsvereisten op het gebied van duurzaamheid en due diligence te verminderen en de criteria voor bedrijven die initieel onder het toepassingsgebied vallen, te wijzigen:
Omnibus introduceert ook wijzigingen in het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (CBAM), die we in deze kroniek niet zullen bespreken.
Sinds februari 2025 hebben de Europese Commissie, de Europese Raad en het Europees Parlement tal van maatregelen genomen om de voorgestelde wijzigingen door te voeren. De voorstellen omvatten belangrijke veranderingen op de volgende gebieden en worden hieronder in detail besproken:
Het is belangrijk op te merken dat dit artikel betrekking heeft op ontwikkelingen tot 26 februari 2026.
Voordat we ingaan op de veranderingen die Omnibus met zich meebrengt, geven we eerst een overzicht van de voorafgaande situatie. De CSRD verplicht bedrijven namelijk om jaarlijks een duurzaamheidsverslag te publiceren dat voldoet aan de ESRS-normen.
Wave 1 — boekjaren die beginnen op 1 januari 2024: voor ondernemingen die al onder het toepassingsgebied van richtlijn 2014/95/EU betreffende de bekendmaking van niet-financiële informatie (NFRD) vielen (d.w.z. grote ondernemingen met meer dan 500 werknemers, ongeacht of het Europese entiteiten van openbaar belang of niet-Europese ondernemingen zijn die op een gereglementeerde Europese markt zijn genoteerd).
Wave 2 — boekjaren die beginnen op 1 januari 2025: voor alle andere grote ondernemingen of grote groepen in de EU die onder het toepassingsgebied vallen (en voldoen aan ten minste 2 van de volgende 3 criteria: > 250 werknemers, omzet > 50 miljoen euro, totale activa > 25 miljoen euro).
Wave 3 — boekjaren die beginnen op 1 januari 2026: voor kleine en middelgrote ondernemingen die genoteerd staan op een gereglementeerde markt in de EU, alsook voor kleine en niet-complexe kredietinstellingen in de EU en voor captive verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.
Wave 4 — boekjaren die beginnen op 1 januari 2028: voor niet-Europese ondernemingen die een netto-omzet van 150 miljoen euro in de EU behalen en die ten minste één entiteit of vestiging in de EU in de groep hebben met een omzet van minstens 40 miljoen euro.
Ondernemingen in Wave 1, 2 en 3 moeten ook verslag uitbrengen overeenkomstig artikel 8 van de Europese taxonomieverordening, die de bekendmaking van informatie vereist over de manier waarop hun activiteiten duurzaam zijn.
De CSRD bepaalt dat deze rapportering van duurzaamheidsinformatie onderworpen is aan een controle op basis van een beperkte mate van zekerheid (“limited assurance”).
Deze richtlijn werd op 16 april 2025 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en trad op 17 april 2025 in werking. De lidstaten moesten de tekst tegen 31 december 2025 omzetten, waardoor deze van kracht is voor de rapporteringsperiode 2025.
Samengevat houdt de “Stop-the-Clock”-richtlijn het volgende in:
Net als de andere lidstaten moest België deze richtlijn vóór 31 december 2025 omzetten in nationale wetgeving. De ad hoc wet van 12 december 2025 is op 23 december 2025 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd, waarmee het omzettingsproces van de wet in Belgisch recht is afgerond.
Aangezien bedrijven van wave 1 niet onder de Stop-the-Clock-richtlijn vallen, heeft de Europese Commissie op 11 juli 2025 de Quick Fix-wijzigingen van de CSRD bij gedelegeerde handeling goedgekeurd. Deze wijzigingen maken het mogelijk voor bedrijven uit wave 1 om de rapporteringsvereisten in hun duurzaamheidsverslag voor de periodes 2025 en 2026 te verlichten door:
De gedelegeerde handeling (Verordening 2025/1416) werd op 10 november 2025 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en trad op 13 november 2025 in werking. Zij is van toepassing op boekjaren die op of na 1 januari 2025 aanvangen.
Op 16 december 2025 heeft het Europees Parlement tijdens een plenaire vergadering gestemd voor het akkoord dat begin december 2025 met de Raad van de EU was gesloten over de wijzigingen in de CSRD en de CSDDD. Deze stemming maakte een einde aan het herzieningsproces van de CSRD en de CSDDD, dat in februari 2025 was begonnen met de publicatie van het omnibuspakket door de Commissie. De definitieve tekst van de Omnibus I-richtlijn — COM(2025) 81 (“Content Proposal”) — werd op 24 februari 2026 door de Europese Raad aangenomen en op 26 februari 2026 in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd.
De EU-lidstaten hebben na de inwerkingtreding van de wetgeving twaalf maanden de tijd om deze in hun nationale wetgeving om te zetten. Tijdens de omzetting hebben de lidstaten de mogelijkheid om bedrijven uit “wave 1” vrij te stellen van de rapporteringsverplichting voor de boekjaren 2025 en 2026 als zij niet langer onder het herziene toepassingsgebied vallen. In dit deel behandelen we de wijzigingen in het toepassingsgebied en andere bepalingen van de CSRD, de EUT en de CSDDD.
Wat de CSRD betreft, zijn de overeengekomen drempels voor EU-bedrijven dus meer dan 1.000 werknemers en meer dan 450 miljoen euro omzet. Bovendien introduceert de nieuwe versie van de CSRD een mogelijkheid tot vrijstelling voor beursgenoteerde dochterondernemingen. Deze kunnen worden vrijgesteld van de verplichting om hun eigen duurzaamheidsinformatie te publiceren wanneer deze is opgenomen in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die door de moedermaatschappij wordt gepubliceerd. Er is ook overeenstemming bereikt over financiële holdings: zij kunnen voortaan worden vrijgesteld van de verplichting tot rapportering van duurzaamheidsinformatie op geconsolideerd niveau zoals bepaald in de CSRD, indien zij hun dochterondernemingen niet beheren buiten de normale rechten van aandeelhouders – dat wil zeggen met als enig doel het verwerven en beheren van deelnemingen in andere ondernemingen, zonder direct of indirect betrokken te zijn bij het beheer van deze ondernemingen – en indien hun deelnemingen gediversifieerd zijn en onafhankelijk functioneren. Ten slotte is de CSRD ook van toepassing op niet-EU-groepen die aan de volgende criteria voldoen: de uiteindelijke moedermaatschappij realiseert gedurende twee opeenvolgende boekjaren een netto-omzet van meer dan 450 miljoen euro in de EU en de groep heeft ten minste één dochteronderneming of, bij gebrek daaraan, een bijkantoor in de EU dat in het voorgaande boekjaar een omzet van meer dan 200 miljoen euro heeft gerealiseerd. Deze bepaling is van toepassing vanaf het boekjaar 2028, te publiceren in 2029.
Anderzijds strekt het streven naar vereenvoudiging in het kader van het Omnibus-pakket van de EU zich ook uit tot de EU-taxonomieverordening. Er zijn gesprekken gevoerd over het versoepelen van de toepassing en het herzien van de rapportageverplichtingen voor bepaalde bedrijven. Met deze wijzigingen wordt rekening gehouden, evenals met de indirecte effecten van het herziene tijdschema voor de uitvoering van de CSRD. In dit verband heeft de Europese Commissie een gedelegeerde handeling gepubliceerd tot wijziging van de gedelegeerde handeling met betrekking tot de openbaarmaking van de taxonomie, alsmede de gedelegeerde handelingen inzake de klimaat- en milieutaxonomie.
Rapporteringsverplichtingen inzake de EU-taxonomie beperken tot de grootste ondernemingen: grote ondernemingen met gemiddeld meer dan 1000 werknemers en een netto-omzet van meer dan 450 miljoen euro zijn verplicht om te voldoen aan de EU-taxonomieverordening. De EC heeft echter ook een vrijwillige opt-inregeling ingevoerd voor ondernemingen met een netto-omzet van minder dan 450 miljoen euro.
Vereenvoudigde informatieverschaffing over taxonomie, gedelegeerde handelingen op het gebied van klimaat en milieu: als onderdeel van het Omnibuspakket heeft de Commissie ook een raadpleging gestart over de ontwerpwijzigingen van de taxonomie-informatieverschaffing en gedelegeerde handelingen inzake klimaat en milieu, wat heeft geleid tot de publicatie van een gedelegeerde handeling op 4 juli 2025 om de voorstellen voor de vereenvoudiging van de EU-taxonomieverordening af te ronden. De gedelegeerde handeling omvat onder meer de volgende vereenvoudigingen:
De gedelegeerde handeling is door het Europees Parlement en de Raad van de EU onderzocht. De wijzigingen zijn van toepassing vanaf het boekjaar 2026 en kunnen voor de betrokken ondernemingen op vrijwillige basis worden toegepast op het boekjaar 2025.
B. CSDDD
Wat de CSDDD betreft, zijn de drempels, net als bij de CSRD, ook besproken tijdens de trialoog en is de voorlopige overeenkomst ook goedgekeurd bij de stemming van 16 december 2025 op het Europese Parlement. De drempels van de CSDDD werden daarmee verhoogd tot meer dan 5 000 werknemers en 1,5 miljard euro wereldwijde netto-omzet voor EU-ondernemingen, en tot meer dan 1,5 miljard euro omzet binnen de EU voor niet-Europese ondernemingen. Naast deze wijzigingen worden met name de overgangsregelingen in het kader van de CSDDD geschrapt, hoewel de vereisten in het kader van de CSRD ongewijzigd blijven.
| Geschiedenis - Terugblik op de voorstellen voor wijzigingen aan de CSDDD Het doel van de CSDDD is het bevorderen van duurzaam en verantwoord ondernemen in de bedrijfsvoering en in de hele wereldwijde waardeketen van bedrijven. Meer specifiek legt de CSDDD een zorgvuldigheidsverplichting op aan bedrijven, die hen verplicht om: · potentiële en daadwerkelijke negatieve effecten op de mensenrechten en het milieu in hun eigen activiteiten te identificeren en aan te pakken, · deze verantwoordelijkheden uitbreiden naar hun dochterondernemingen, · en, wanneer deze verband houden met hun waardeketen, naar hun handelspartners. In het op 26 februari 2026 gepubliceerde Omnibusvoorstel heeft de EC onder meer de volgende wijzigingen voorgesteld: · Een uitstel van één jaar, tot 26 juli 2028, van de uiterste datum voor de omzetting van de CSDDD. Bedrijven moeten tegen juli 2029 aan de nieuwe maatregelen voldoen; · De due diligence-activiteiten beperken tot de activiteiten van het bedrijf, die van zijn dochterondernemingen en, wanneer deze verband houden met hun waardeketen, die van hun directe handelspartners. Een grondige beoordeling van indirecte handelspartners zou alleen nodig zijn als de entiteit over plausibele informatie beschikt die wijst op een negatieve impact op dit niveau. · De verplichting om als laatste redmiddel de zakelijke relaties met leveranciers te beëindigen, schrappen – in plaats daarvan zou het laatste redmiddel een opschorting van de zakelijke relaties moeten zijn wanneer de commerciële activiteiten van een leverancier verband houden met ernstige negatieve effecten. · De reikwijdte van belanghebbenden beperken tot werknemers en hun vertegenwoordigers, alsook tot personen en gemeenschappen wier rechten of belangen rechtstreeks worden of kunnen worden beïnvloed door de producten, diensten en activiteiten van de onderneming, haar dochterondernemingen en haar handelspartners. · Van bedrijven eisen dat zij alleen belanghebbenden raadplegen die een directe band hebben met het due diligence-proces · De frequentie waarmee bedrijven de relevantie en doeltreffendheid van due diligence-maatregelen moeten beoordelen, vaststellen op vijf jaar in plaats van één jaar. · De vereisten van het transitieplan beter afstemmen op de bewoordingen van de CSRD. Op 3 april 2025 stemde het Europees Parlement voor de goedkeuring van de voorstellen om de omzetting en toepassing van de CSDDD voor de grootste ondernemingen met een jaar uit te stellen. De Raad van de EU keurde de voorstellen op 14 april 2025 goed. De tekst werd op 16 april 2025 gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU en trad op 17 april 2025 in werking. |
|---|
Zoals eerder vermeld, bevat de “Content Proposal” ook een verbintenis om de ESRS te herzien die zijn gepubliceerd via een gedelegeerde handeling die in december 2023 in het Publicatieblad van de EU werd gepubliceerd. Het doel is om het aantal datapunten dat bedrijven moeten rapporteren te verminderen, onduidelijke bepalingen te verduidelijken, de samenhang met andere wetgeving te verbeteren en de instructies voor het toepassen van het dubbele materialiteitsprincipe te verduidelijken.
Op 31 juli 2025 publiceerde EFRAG zijn voorstellen voor draft ESRS-normen. De voorstellen stonden tot 29 september 2025 open voor openbare raadpleging. Na afloop van de raadplegingsperiode analyseerde en onderzocht EFRAG de ontvangen opmerkingen over de voorstellen, en op 3 december 2025 legde EFRAG zijn definitief technisch advies aan de EC voor.
EFRAG heeft de volgende hefbomen geïdentificeerd:
De EC zal bij het aannemen van het voorgestelde gedelegeerde besluit tot wijziging van de ESRS rekening houden met het technisch advies van EFRAG. Het is belangrijk op te merken dat de EC herziene ESRS kan aannemen die afwijken van het technisch advies. De EC streeft ernaar de nodige gedelegeerde handeling zo snel mogelijk aan te nemen, uiterlijk zes maanden na inwerkingtreding van de omnibuswijzigingen van CSRD. Dit tijdschema is vastgesteld om de ESRS tijdig als gedelegeerde handeling te kunnen aannemen, zodat ondernemingen de herziene normen kunnen toepassen voor boekjaar 2027, met mogelijk een optie voor vrijwillige toepassing in boekjaar 2026.
| 16 september 2024 | Verslag van Mario Draghi over het Europese concurrentievermogen |
| 29 januari 2025 | Publicatie van het kompas voor concurrentievermogen door de EU |
| 26 februari 2025 | Publicatie van het Omnibus-pakket over duurzaamheid |
| 4 juli 2025 | De EC keurt een gedelegeerde handeling goed om de voorstellen voor de vereenvoudiging van de EU-taxonomieverordening af te ronden |
| 30 juli 2025 | De EC keurt een aanbeveling goed over vrijwillige duurzaamheidsrapportering voor kmo's |
| 31 juli 2025 | EFRAG publiceert ontwerpnormen voor herziene ESRS |
| Augustus – 29 september 2025 | Openbare raadpleging over herzieningen van ESRS |
| 10 november 2025 | Publicatie in het Publicatieblad van de EU van de gedelegeerde handeling betreffende de uitbreiding van de ESRS-overgangsbepalingen voor ondernemingen uit de eerste wave (Quick Fix) |
| 13 november 2025 | Het Europees Parlement heeft zijn onderhandelingsstandpunt goedgekeurd |
| Vanaf 18 november | Trialoogonderhandelingen tussen het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie |
| 3 december 2025 | Indiening van het definitieve technische advies van EFRAG bij de Europese Commissie |
| 9 december 2025 | Het Europees Parlement en de Raad hebben een voorlopig akkoord bereikt over het Omnibus-pakket |
| 16 december 2025 | Afronding van de trialoogonderhandelingen door middel van een stemming over de CSRD- en CSDDD-wijzigingen |
| Binnen 6 maanden na inwerkingtreding van de “Omnibus I richtlijn” | De Europese Commissie zal de herzieningen van de ESRS-normen goedkeuren door middel van een gedelegeerde handeling |
| Binnen 12 maanden na inwerkingtreding van de “Omnibus I richtlijn” | Uiterste datum voor omzetting door de lidstaten |
| Herziening in 2031 | De Commissie zal tegen 2031 de geschiktheid van de drempels en het toepassingsgebied van de CSRD (met name de situatie van beursgenoteerde kmo's) en de doeltreffendheid van de vrijstellingen en uitzonderingen opnieuw beoordelen. Ondernemingen worden verzocht hiermee rekening te houden bij hun planning op middellange termijn. |