Actueel

 

Waarderingsopdracht in het kader van de meerwaardebelasting (nieuw art. 102 WIB 1992) – Beslissingsboom voor de bedrijfsrevisoren

7 april 2026

255 views

FAQ ESG – Hoe moeten de paragrafen 61 en 93 van ESRS 1 (vereenvoudigde versie) worden geïnterpreteerd voor gezamenlijke bedrijfsactiviteiten onder IFRS?

16 maart 2026

206 views

Scripties van de studenten die de ICCI-IBR-Prijzen hebben gewonnen

12 maart 2026

264 views

Laatste adviezen

27 februari 2026

Toepassing van de artikelen 3:72 en 1:24 WVV - groottebepaling van de vennootschappen die een consortium vormen / Application des articles 3:72 et 1:24 CSA - détermination de la taille des sociétés constituant un consortium (26-002)

Overeenkomstig artikel 1:24, §7, tweede paragraaf Wetboek van vennootschappen en verenigingen worden de vennootschappen die een consortium vormen met een moedervennootschap gelijkgesteld om de grootte ervan vast te stellen. Dit houdt in dat, overeenkomstig de paragrafen 6 en 7 van artikel 1:24 WVV, de grootte van de moedervennootschap wordt bepaald aan de hand van de criteria inzake netto-omzet en balanstotaal op geconsolideerde basis, evenals aan de hand van de som van het gemiddeld jaarlijks aantal werknemers van elk van de verbonden vennootschappen.

26 februari 2026

Vermelding van overtredingen in het commissarisverslag – niet-naleving van de cooling-off periode / Mention des infractions dans le rapport du commissaire – non-respect de la période de cooling-off (25-052)

De benoeming van de commissaris of de voormalige commissaris tot CFO tijdens de cooling-off periode zoals bepaald in artikel 3:62, §3 WVV, vereist de actieve betrokkenheid van de vennootschap. Deze schending van het WVV, die strafrechtelijk wordt gesanctioneerd, moet bijgevolg worden vermeld in het tweede deel van het commissarisverslag, overeenkomstig artikel 3:75, §1, 9° WVV.

26 februari 2026

Meerwaardebelasting: de rol van de tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor / Taxation sur les plus-values : le rôle du réviseur d’entreprises temporairement empêché (25-055)

Een tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor kan, overeenkomstig artikel 30, §1 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, geen revisorale opdrachten uitoefenen. De opdracht waarin het wetsontwerp tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa voorziet, is geen revisorale opdracht. 

26 februari 2026

Benoeming van een commissaris voor een dochtervennootschap van een groep die verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te stellen en te publiceren / Nomination d’un commissaire dans une filiale d’un groupe tenu d’établir et de publier des comptes annuels consolidés (25-054)

Artikel 3:72 WVV sluit bepaalde vennootschappen uit van de wettelijke controle van de jaarrekening, met name niet-genoteerde kleine vennootschappen als bedoeld in artikel 1:24 WVV. Deze uitsluiting geldt echter niet voor vennootschappen die deel uitmaken van een groep die gehouden is geconsolideerde jaarrekeningen op te stellen en te publiceren.

26 februari 2026

De informatiebron en de controle-informatie volgens ISA 500 / La source de l’information et l’élément probant selon la norme ISA 500 (25-053)

Een dossier van de werkzaamheden, ook in het kader van eenmalige opdrachten, wordt niet enkel gebaseerd op één type bewijs (i.c. CODA/ISABEL afschriften), maar vereist een passend coherent geheel van bewijsmateriaal aangepast aan de specifieke context. De algemene principes van ISA 500 kunnen als referentiepunt worden beschouwd voor wat betreft de bepaling van “controle-informatie”.

De diverse soorten informatie en de bronnen van de informatie hebben een verschillende graad van kwaliteit, betrouwbaarheid en relevantie. De beroepsbeoefenaar houdt hiermee rekening voor de onderbouw van zijn oordeel of conclusie. A priori geldt er geen beperking op de bewijskracht van een CODA‑ of Isabel‑bankafschrift. De geschiktheid ervan moet echter telkens worden beoordeeld in functie van het doel en de criteria van de specifieke procedure dewelke de beroepsbeoefenaar met toepassing van zijn “professional judgement”, heeft bepaald. De beroepsbeoefenaar evalueert de relevantie en betrouwbaarheid van de informatie om te komen tot de conclusies.

27 januari 2026

Toepassing van artikel 3:63 WVV op de bedrijfsrevisor die geen commissaris is / Application de l’article 3:63 CSA au réviseur d’entreprises non-commissaire (25-049)

Artikel 3:63 WVV bevat regels inzake de onafhankelijkheid voor de commissaris in het kader van de wettelijke controle van de jaarrekening. Het is niet van toepassing op een bedrijfsrevisor die deze functie niet uitoefent, tenzij hij deel uitmaakt van het netwerk van de commissaris.

alle adviezen

Tijdschrift Tax Audit & Accountancy

16 feb 2026

TAA nr.94 - Implementation of IFRS 18: practical considerations for Belgian enterprises

Zana Sahatqija, Britt Van Thillo, Shaddy Salehi

16 feb 2026

TAA nr.94 - Opiniestuk - Wensen van de Voorzitter van het IBR

Eric Van Hoof

18 dec 2025

TAA n° 93 - Assurancerapporten met een beperkte mate van zekerheid in het kader van de CSRD: te trekken lessen uit de eerste golf van Belgische duurzaamheidsverslagen

Grégory De Boe, Maxence Postaire

18 dec 2025

TAA n° 93 - Opiniestuk - Een betwiste minimumbelasting

Bart Peeters

Boeken

27 november 2024

Waardering van economische schade

2024-2

22 april 2024

De bedrijfsrevisor en AML: actualia, vraagstukken en vooruitzichten

2024-1

29 november 2023

Het commissarisverslag

2023-1

Rechtspraak

1 augustus 2024

Arrest van het Hof van Cassatie van 23 mei 2024


10 januari 2024

Arresten Hof van Beroep Gent - Oprichtersaansprakelijkheid (17 april 2023)

15 mei 2023

Misbruik van vertrouwen en rekening-courant (Cassatie 21 maart 2023)

Cassatievoorzieningen in strafzaken durven nogal eens gekenmerkt te worden door een grote mate van inventiviteit. Meestal draait die inventiviteit op niets uit. Zo ook in het arrest van 21 maart 2023

De eiser in cassatie was schuldig bevonden aan het misdrijf misbruik van vertrouwen (art. 491 Sw.). Deze schuldigverklaring was het gevolg van het opnemen van bedragen in een rekening-courant van zijn vroegere vennootschap.

Alle rechtspraak