Toepassing van artikel 96, § 1, 1° van het Wetboek van vennootschappen 

Publicatiedatum:  27/07/2011 
Is onderstaande formulering een voldoende toepassing van artikel 96,1° van het Wetboek en kan de commissaris daarmee genoegen nemen in het kader van zijn attestering van het jaarverslag?
 
De raad van bestuur formuleert volgende omschrijving van de risico’s en onzekerheden in het jaarverslag:

“De raad van bestuur is van mening dat er geen risico’s en onzekerheden zijn die op korte termijn een bedreiging vormen voor de ontwikkeling, resultaten en positie van de vennootschap. De raad van bestuur heeft geen kennis van niet-financiële informatie (NFI) die noodzakelijk zijn voor goed begrip van de ontwikkeling, resultaten en positie van de vennootschap.”.

De onderneming is actief in internationale handel in grondstoffen met behoorlijke prijs- en debiteurenrisico’s.

 

Indien het bestuursorgaan geen (of op onvoldoende wijze) melding maakt van de informatie inzake de risico’s en onzekerheden, de niet-financiële prestatie-indicatoren en de informatie betreffende milieu- en personeelsaangelegenheden) is het niet de opdracht van de commissaris om de plaats in te nemen van het bestuursorgaan en ze te beschrijven in zijn verslag. De verantwoordelijkheid voor de in het jaarverslag op te nemen informatie dient te worden genomen door de leden van het bestuursorgaan van de vennootschap.

 

Zo is het ook niet de taak van de commissaris de al dan niet door het bestuursorgaan in zijn verslag opgenomen elementen te beoordelen, behalve in het geval van kennelijk onredelijke, verkeerde of inconsistente informatie die hij objectief kan vaststellen in vergelijking met de informatie waarover hij beschikt in het kader van zijn mandaat [1].

 

Indien het jaarverslag niet op expliciete en specifieke wijze de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee de vennootschap wordt geconfronteerd, behandeld of stelt dat de voornaamste risico’s en onzekerheden niet werden onderkend, wat in deze situatie kennelijk het geval is voor het jaarverslag in casu, dient de bedrijfsrevisor als commissaris, overeenkomstig artikel 144, 6° van het Wetboek van vennootschappen, in het tweede deel van zijn verslag te vermelden dat dit punt niet opgenomen is in het jaarverslag over de jaarrekening en dat het jaarverslag van het bestuursorgaan de door het artikel 96, §1, 1° van het Wetboek van vennootschappen vereiste inlichtingen niet bevat.

  

Desgevallend kan hij in het tweede deel van zijn verslag volgende melding maken, die is overgenomen uit IBR, Nieuwe controlenormen (15 december 2006), bijlage bij het Jaarverslag, 2006, p. 79 en tevens te vinden is in de publicatie F. Caluwaerts, F. Fank, N. Houyoux, D. Schockaert, J. Vandernoot, H. Van Passel en L. Vleck, Het Commissarisverslag,  ICCI 2007-nr. 3, Brugge, die Keure, 2007. p. 104:

 

 Ten aanzien van [geef de paragrafen van de wetsartikelen aan] van het Wetboek van vennootschappen maakt het jaarverslag geen melding van [geef de onderwerpen aan waarover in het jaarverslag geen informatie werd verstrekt].

Voor het overige behandelt het jaarverslag de door de wet vereiste inlichtingen en stemt het overeen met de (geconsolideerde) jaarrekening. Wij kunnen ons echter niet uitspreken over de beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee de vennootschap wordt geconfronteerd, alsook van haar positie, haar voorzienbare evolutie of de aanmerkelijke invloed van bepaalde feiten op haar toekomstige ontwikkeling. Wij kunnen evenwel bevestigen dat de verstrekte gegevens, voor het overige, geen onmiskenbare inconsistenties vertonen met de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat..

 

Ten slotte dient er volledigheidshalve hieromtrent nog worden gesteld dat de commissaris de leiding van de gecontroleerde entiteit moet verzoeken om in de bevestigingsbrief (representation letter) te bevestigen dat, naar hun beste beoordeling, de inlichtingen vereist door de artikelen 96, §1, 1° en 119, tweede lid, 1° van het Wetboek van vennootschappen vermeld zijn in het jaarverslag. Verder kan worden verwezen naar de norm “Bevestigingen van de leiding van de entiteit” (inzonderheid par. 4.2.) [2]. Indien de representation letter foutieve informatie bevat, kunnen de bestuurders achteraf moeilijk de bedrijfsrevisor aansprakelijk stellen voor fouten in het controleverslag die zijn gedekt door verklaringen in de representation letter. Ten aanzien van derden kan de bedrijfsrevisor in zulk geval de bestuurders in tussenkomst dagvaarden met het oog op minstens een gedeelde aansprakelijkheid [3].



[1] IBR, Vademecum Deel I: Rechtsleer, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, p. 683; Mededeling van de Raad van het IBR aan de leden van 13 maart 2006, p. 2 en 3.

 

[2] IBR, Vademecum Deel I: Rechtsleer, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, p. 683.

[3] B. Delmotte, “Nieuw vennootschaps- en financieel recht 2005-2006”, T.R.V. 2006, p. 280-284, nr. 18.

 

Hoewel het Informatiecentrum voor het Bedrijfsrevisoraat (ICCI) met de grootste zorgvuldigheid de ontvangen vragen behandelt en hiervoor beroep doet op personen met de vereiste bekwaamheden, wordt ten aanzien van de antwoorden geen enkele garantie geboden en draagt het geen enkele contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid voor de eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit feitelijke of juridische vergissingen die werden begaan in het kader van de verstrekte antwoorden en informatie. Het antwoord wordt alleen in de taal van de vraagsteller overgenomen. De lezer en in het algemeen de gebruiker van dit antwoord blijft als enige verantwoordelijk voor het gebruik daarvan
ICCI Private Stichting naar Belgisch recht Emile Jacqmainlaan 135, 1000 Brussel Abonneer op e-zine Privacy verklaring