2 oktober 2012

KAN MEN IN DE GESCHETSTE SITUATIE VOOR HET RESTERENDE AUDITMANDAAT EEN NIEUWE AUDIT FEE ONDERHANDELEN AANGEZIEN DE TE AUDITEREN VENNOOTSCHAP MINDER COMPLEX IS GEWORDEN?

 In de loop van 2011 wordt een bedrijf overgenomen (met behoud van haar eigen juridische entiteit). Het bedrijf behoorde voorheen tot een grote groep wat extra werkzaamheden met zich meebracht. Destijds hield de audit fee hier dan ook rekening mee.

Als antwoord op de gestelde vraag verwijst het ICCI eerst naar artikel 134, § 2 van het Wetboek van vennootschappen / artikel 3:65, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen dat het volgende bepaalt:

“Bij de aanvang van de opdracht van de commissarissen wordt hun bezoldiging vastgesteld door de algemene vergadering. Deze bezoldiging bestaat in een vast bedrag dat de naleving van de controlenormen uitgevaardigd door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren waarborgt. De bezoldiging kan niet worden gewijzigd dan met instemming van partijen. Ze wordt vermeld in de toelichting bij de jaarrekening.” /

Bij de aanvang van de opdracht van de commissarissen worden hun honoraria vastgesteld door de algemene vergadering. Deze honoraria bestaan in een vast bedrag dat de naleving van de controlenormen waarborgt. De honoraria kunnen niet worden gewijzigd dan met instemming van partijen. Ze worden vermeld in de toelichting bij de jaarrekening.”..

 

Uit dit artikel blijkt duidelijk dat een wijziging van de bezoldiging van de commissaris slechts mogelijk is wanneer de commissaris en de algemene vergadering hiermee instemmen [1].


Geargumenteerd kan worden dat artikel 134 van het Wetboek van vennootschappen / artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van openbare orde is, nu de schending ervan conform artikel 170, 2° van het Wetboek van vennootschappen / artikel 3:96, 2° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen strafbaar is [3].

 

De vereiste van een vast bedrag verhindert dus niet dat de bij de aanvang van zijn taak vastgestelde bezoldiging door de algemene vergadering kan worden gewijzigd met instemming van de commissaris [4]. De wijziging van de bezoldiging dient te blijken uit een ondubbelzinnig besluit van de algemene vergadering en het vast bedrag dient te worden opgenomen in de notulen van de algemene vergadering [5]. De bezoldiging dient te worden vermeld in de toelichting bij de jaarrekening van de gecontroleerde vennootschap.

 

Uit voorgaande analyse kan worden besloten dat een gecontroleerde vennootschap voor het resterend commissarismandaat inderdaad een nieuwe bezoldiging kan onderhandelen met de commissaris, voor zover beide partijen (i.e. de algemene vergadering van de gecontroleerde vennootschap én de commissaris) hiermee instemmen.

 

De beslissing van de algemene vergadering over de gewijzigde bezoldiging dient te worden genomen vooraleer men kan overgaan tot de (gedeeltelijke of volledige) betaling ervan. Elke betaling die zou plaatsvinden vóór de beslissing van de algemene vergadering zou een overtreding zijn van artikel 134, § 6 (laatste zin) van het Wetboek van vennootschappen / artikel 3:65, § 6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (toestaan van leningen of voorschotten).


[1] Cf. IBR, Vademecum Deel I: Rechtsleer, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, 2009, p. 562.

[3] Gent 5 januari 2004, T.B.H. 2005, p. 401-407, nr. 4, noot I. De Poorter, ‘Het mandaat van de commissaris duurt drie controlejaren’; I. De Poorter, “Art. 134 W. Venn.” in H. Braeckmans, K. Geens et E. Wymeersch (eds.), Commentaar Vennootschappen en Verenigingen (Comm. V. en V.)., Mechelen, Kluwer, 2007, p. 7, n° 5.

[4] K. Byttebier en R. Feltkamp, “Controle op de vennootschap door de bedrijfsrevisor”, R.W. 2003-04, p. 1588; M.v.T. “wetsontwerp tot hervorming van het bedrijfsrevisoraat”, Parl. St. Kamer 1982-83, nr. 552/1, p. 17; B. Tilleman, Het statuut van de commissaris, ICCI (ed.), Brussel, die Keure, 2007,  p. 161, nr. 267, noot 350.

[5] Cf. IBR, Jaarverslag, 1986, p. 71;