10 juli 2018

De vraag is de volgende: welke zijn de voorwaarden en de gevolgen voor een bedrijfsrevisor bij het kiezen van het statuut van “tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor”?

***

1. Artikel 30 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren (hierna: “wet van 7 december 2016”) bepaalt het statuut van “tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor” als volgt:

“§ 1. De bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die zich in een van de onverenigbaarheidssituaties bevindt bedoeld in artikel 29, § 2, en aan wie, in voorkomend geval, geen uitzondering of afwijking is verleend, verklaart bij het Instituut verhinderd te zijn om revisorale opdrachten uit te oefenen.

§ 2. De verhinderde bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon blijft in het openbaar register van het Instituut ingeschreven als "tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor" zolang hij verhinderd is.

§ 3. De rechten en verplichtingen die uit afdeling III voortvloeien, blijven van toepassing op de verhinderde bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon.

§ 4. In afwijking van paragraaf 3, betaalt de verhinderde bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon een verminderde jaarlijkse bijdrage, waarvan het bedrag door de algemene vergadering van het Instituut wordt bepaald overeenkomstig artikel 26.

§ 5. De Koning bepaalt de specifieke modaliteiten met betrekking tot de hoedanigheid van "tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor.”.

De artikelen 20 en 21 van het koninklijk besluit van 21 april 2017 betreffende de toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor alsook de inschrijving en registratie in het openbaar register van de bedrijfsrevisoren voert paragraaf 5 uit en worden hierna in extenso weergegeven:

HOOFDSTUK 4. - Tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor

Art. 20. § 1. De bedrijfsrevisor-natuurlijk persoon die, overeenkomstig artikel 30 van de wet, zich verhinderd verklaart bij het Instituut om revisorale opdrachten uit te oefenen, wordt in het openbaar register vermeld in de hoedanigheid van "tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor".

Het Instituut doet zonder onnodige vertraging uitspraak over de aan hem overgemaakte verklaring van verhindering.

§ 2. De verklaring van verhindering wordt bij het Instituut ingediend ten laatste binnen de vijftien dagen volgend op de dag waarop de situatie van verhindering gestart is. De verklaring wordt ingediend via een aangetekende zending gericht aan het Instituut of via een elektronisch formulier beschikbaar op de website van het Instituut.

§ 3. Het Instituut informeert zonder onnodige vertraging het College van de verklaring van verhindering.

§ 4. De bedrijfsrevisor die nalaat om de verklaring van verhindering in te dienen binnen de termijn bedoeld in paragraaf 2, kan, in voorkomend geval, het voorwerp uitmaken van een van de maatregelen bedoeld in artikel 59 van de wet.

Art. 21. § 1. Elke tijdelijk verhinderde bedrijfsrevisor kan bij het Instituut de toelating verzoeken om opnieuw revisorale opdrachten uit te voeren, wanneer de situatie van verhindering is beëindigd.

§ 2. Het verzoek om toelating bevat een verklaring van de betrokken bedrijfsrevisor waaruit blijkt dat hij zich niet meer in een van de situaties van onverenigbaarheid, bedoeld in artikel 29, § 2, van de wet, bevindt.

De bedrijfsrevisor voegt aan zijn verklaring elke element toe dat aantoont dat de situatie van verhindering is beëindigd.

Het Instituut neemt een beslissing, ten laatste binnen de maand na de ontvangst van het verzoek om toelating, betreffende de aanvaarding of weigering van dit verzoek. Ingeval van aanvaarding wordt de bedrijfsrevisor in het openbaar register niet meer vermeld met de vermelding "tijdelijk   verhinderd bedrijfsrevisor".

Het Instituut brengt zonder onnodige vertraging het College ervan op de hoogte.

§ 3. Wanneer het verzoek om toelating door de bedrijfsrevisor wordt ingediend meer dan vijf jaar na zijn inschrijving in het openbaar register in de hoedanigheid van " tijdelijk verhinderd bedrijfsrevisor ", legt hij bovendien een mondelinge proef af die door de Raad wordt toevertrouwd aan een jury samengesteld uit drie Raadsleden die op dezelfde taalrol zijn ingeschreven als deze van de kandidaat.”

***

2. Een bedrijfsrevisor die zich “tijdelijk verhinderd” verklaart, blijft de titel van bedrijfsrevisor dragen doch hij kan geen revisorale opdrachten uitvoeren om reden van onverenigbaarheid. Een bedrijfsrevisor die kiest voor dit statuut kan bijvoorbeeld de functie van bediende uitoefenen en/of commerciële activiteiten voeren, voor zover deze niet onverenigbaar zijn met de bepaling van artikel 29, § 1 van de wet van 7 december 2016 dat stipuleert: “Het is de bedrijfsrevisor niet toegelaten werkzaamheden uit te oefenen of daden te stellen die onverenigbaar zijn met de waardigheid of de onafhankelijkheid van zijn functie.”

***

 

3. Ten slotte wenst het ICCI nog mee te geven dat bedrijfsrevisoren, die in één van de omstandigheden verkeren zoals opgesomd in artikel 29, § 2 van de wet van 7 december 2016, weliswaar verhinderd zijn om revisorale opdrachten uit te voeren, doch verplicht blijven de algemene deontologische beginselen na te komen (waardigheid, rechtschapenheid, voorzichtigheid en kiesheid) ([1]) en de in het bijzonder de artikelen 12 tot 28 (rechten en verplichtingen van de bedrijfsrevisor) van de wet van 7 december 2016 Tijdelijk verhinderde bedrijfsrevisoren dienen eveneens de vereisten van het beroep qua permanente vorming en kwaliteitscontrole na te leven, alsook de verplichtingen te respecteren van het bijwerken van het openbaar register en het betalen van de bijdragen ([2]).


([1]) IBR, Vademecum Deel I: Rechtsleer, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, 2009, p. 45; IBR, Mededeling aan de leden inzake de omzetting van de Europese Richtlijn van 17 mei 2006 – De belangrijkste hervorming van het beroep sedert 1985, 27 april 2007, p. 18.

([2]) IBR, Vademecum Deel I: Rechtsleer, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, 2009, p. 45, 141 en 142; IBR, Mededeling aan de leden inzake de omzetting van de Europese Richtlijn van 17 mei 2006 – De belangrijkste hervorming van het beroep sedert 1985, 27 april 2007, p. 18.