15 juni 2011

BESTAAT ER EEN ONAFHANKELIJKHEIDSPROBLEEM IN VOLGENDE SITUATIE?

In kader van de oprichting van een vennootschap die zal instaan voor een private emissie van vastgoedcertificaten werd een bedrijfsrevisor gevraagd om het mandaat van commissaris alsook het mandaat van beheerscontroleur waar te nemen.

 

Artikel 3:62, § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bepaalt dat: “Aldus mogen de commissarissen in de vennootschap die aan hun wettelijke controle is onderworpen, noch in een daarmee verbonden vennootschap of persoon zoals bepaald in artikel 11, een andere taak, mandaat of opdracht aanvaarden, die zal worden vervuld tijdens de duur van hun mandaat of erna, en die de onafhankelijke uitoefening van hun taak als commissaris in het gedrang zou kunnen brengen.

 

Artikel 3:63, §§ 1 en 2, 1° van het WVV bepaalt:

 “§ 1. Een commissaris alsook ieder lid van het netwerk bedoeld in artikel 3:56 waartoe een commissaris behoort, mogen noch direct, noch indirect verboden niet-controlediensten verstrekken aan de vennootschap onderworpen aan de wettelijke controle, haar moedervennootschap en de ondernemingen waarover zij de controle heeft binnen de Europese Unie tijdens:

  1° de periode tussen het begin van de gecontroleerde periode en het uitbrengen van het controleverslag; en

  2° het boekjaar onmiddellijk voorafgaand aan de onder 1° bedoelde periode, voor de diensten bedoeld in paragraaf 2, 3°.

  § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 wordt onder "verboden niet-controlediensten" verstaan:

  1° diensten die de vervulling van een rol bij het bestuur of de besluitvorming van de vennootschap, onderworpen aan de wettelijke controle, inhouden;.

 

Op pagina 338 van het IBR, Vademecum 2009, Rechtsleer, kan het volgende worden gelezen over bovenvermeld artikel: “De verbodsbepaling heeft vooral betrekking op de gelijktijdige uitoefening van een controleopdracht en een opdracht van bijstand of advies binnen eenzelfde onderneming”.

 

Beheerscontrole behoort tot de bestuurstaken in een onderneming. Bijgevolg is het ICCI van mening dat de functie van beheerscontroleur onverenigbaar is met een commissarisopdracht.