14 januari 2020

De situatie wordt beschreven omtrent externe bevestigingen inzake eigendom en hypotheken op onroerende goederen binnen wettelijke opdrachten en de ISA 505.

 

Men geeft aan dat, gezien de wettelijke opdrachten (inbreng in natura, omzetting, vereffeningen, oprichtingen, …) onder de ISA’s vallen, het aldus ook lijkt dat ISA 505 van kracht is binnen de wettelijke opdrachten. Binnen deze ISA verwijst men naar volgende elementen opgenomen in de ISA:

  • Controle-informatie die rechtstreeks door de auditor wordt verkregen, is betrouwbaarder dan indirecte of door gevolgtrekking verkregen controle-informatie” (paragraaf 2);
  • Volgens ISA 500 kunnen er, zelfs wanneer controle-informatie van bronnen buiten de entiteit wordt verkregen, omstandigheden bestaan die van invloed zijn op de betrouwbaarheid ervan. Bij een reactie bestaat altijd enig risico op onderschepping, wijziging of fraude, ongeacht of een reactie op papier of op elektronische of andere gegevensdragers wordt verkregen. Factoren die aanleiding kunnen geven tot twijfel aan de betrouwbaarheid van een reactie zijn onder meer dat:
  • een reactie door de auditor indirect is ontvangen; of
  • ·niet van de oorspronkelijk beoogde bevestigende partij afkomstig leek te zijn.

(paragraaf A11).

 

Hierbij wordt de vraag gesteld of een bedrijfsrevisor voor zijn verslag inzake de wettelijke opdracht gebruik kan maken van de confirmaties inzake het eigendom en hypothecaire getuigschrift opgevraagd door de notaris wanneer de notaris deze aan de bedrijfsrevisor heeft bezorgd. Of dient de bedrijfsrevisor steeds deze confirmaties zelf op te vragen opdat deze confirmaties rechtstreeks van de bron zouden komen?

 

  1. Eerst wenst het ICCI aan te geven dat de norm van 21 juni 2018 tot wijziging van de norm van
    10 november 2009 inzake de toepassing van de ISA’s in België ( [1] ) in § 2 voorziet dat de ISA’s, naar analogie van de wettelijke controle toevertrouwd aan de bedrijfsrevisor krachtens artikel 16/1 van het Wetboek van vennootschappen (art. 3:55 van het WVV), van toepassing zijn op de controle van financiële overzichten (audit) die door of krachtens een in België van toepassing zijnde wet of regelgeving aan de commissaris of uitsluitend aan een bedrijfsrevisor wordt toevertrouwd, behoudens indien er voor de uitvoering van deze opdracht een bijzondere norm of aanbeveling van toepassing is (de zogenaamde “exclusieve wettelijk voorbehouden opdrachten”). In dit laatste geval is het standpunt van de Raad van het IBR dat, in de mate dat de wet, dan wel de bijzondere norm van het IBR, het uitvoeren van werkzaamheden met de aard van een audit vergt, de bedrijfsrevisor bepaalde aspecten van de internationale standaarden als nuttig kan ervaren voor de uitvoering van de exclusieve wettelijk voorbehouden opdracht ( [2] ).

     

  2. Rekening houdend met het voorgaande is het ICCI van oordeel dat, in de mate dat de wet, dan wel de bijzondere norm van het IBR, het uitvoeren van werkzaamheden met de aard van een audit vergt, de bedrijfsrevisor bepaalde aspecten van de internationale standaarden (bijv. ISA 505, § 2 en A11) als nuttig kan ervaren voor de uitvoering van de wettelijke opdracht.

Bijgevolg meent het ICCI dat een bedrijfsrevisor voor zijn verslag inzake de wettelijke opdracht wel degelijk gebruik kan maken van de confirmaties inzake het eigendom en hypothecaire getuigschrift opgevraagd door de notaris wanneer de notaris deze aan de bedrijfsrevisor heeft bezorgd, maar dat deze confirmaties dan wel kwalificeren als zijnde indirect verkregen controle-informatie. Toch meent het ICCI dat desbetreffende controle-informatie wel reeds een hoge mate van betrouwbaarheid heeft, vermits de notaris zowel de interne als de externe wettigheid dient te bevestigen van de rechtshandelingen en formaliteiten waartoe de vennootschap waarbij hij optreedt, is gehouden.

 

Indien de bedrijfsrevisor in kwestie echter van oordeel is dat de factoren die aanleiding kunnen geven tot twijfel aan de betrouwbaarheid van de indirect verkregen controle-informatie voldoende groot zijn, dan kan de bedrijfsrevisor in voorkomend geval bijvoorbeeld deze confirmaties zelf opvragen opdat deze confirmaties rechtstreeks van de oorspronkelijk beoogde bevestigende partij afkomstig zouden zijn. Hiervoor verwijst het ICCI naar de paragrafen 10, 11, A11 en A 14 van ISA 505 die als nuttig kunnen worden ervaren voor de uitvoering van de wettelijke opdracht.

 

Ten slotte wenst het ICCI nog de FAQs omtrent ISA 505 op de website van het ICCI onder de rubriek FAQ > ISA’s en ISRE’s > I.B.2/3/4 in herinnering te brengen.

 



( [2] ) Raad van het IBR, Advies 2019/08 betreffende de toepassing van de ISA’s en ISRE 2410 en technische nota’s met betrekking tot de uitvoering van bepaalde exclusieve wettelijk aan bedrijfsrevisoren voorbehouden opdrachten voorzien door het Wetboek van vennootschappen, p. 2, laatste paragraaf, https://doc.ibr-ire.be/nl/Documents/regelgeving-en-publicaties/rechtsleer/adviezen/2019-08-advies-impact-ISAs-bijzondere-opdrachten.pdf.