18 december 2020

Dient een onderneming die uitstel tot betaling van de RSZ heeft ontvangen ten gevolge van de Covid-19-crisis, dit ook in de toelichting bij de jaarrekening op te nemen onder “vervallen sociale schulden”?

 

  1. De volgende vraag wordt gesteld:

     

    Aan het ICCI wordt de vraag gesteld of een onderneming die uitstel tot betaling RSZ heeft ontvangen ten gevolge van de Covid-19-crisis, dit ook in de toelichting bij de jaarrekening dient op te nemen onder 'vervallen sociale schulden'.

     

    We verwijzen naar de volgende CBN-adviezen en het KB:

     

    -        110/2: https://www.cbn-cnc.be/nl/adviezen/stukken-die-tegelijk-met-de-jaarrekening-dienen-neergelegd-te-worden-artikel-80-venn-w. “Dit koninklijk besluit verplicht de ondernemingen die eraan onderworpen zijn in de toelichting te vermelden, het bedrag van de schulden waarvan de datum van opeisbaarheid vervallen is - dus niet alle opeisbare schulden, maar slechts de achterstallige - ongeacht of uitstel van betaling werd bekomen, tegenover fiscale besturen en tegenover de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.”;

    -        146/2: https://www.cbn-cnc.be/nl/adviezen/vooruitbetalingen-van-sociale-zekerheidsbijdragen.  “…de bedoeling van de wetgever met de verplichting om vervallen schulden tegenover de belastingbesturen en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid in de toelichting te vermelden, ook al werd uitstel van betaling verleend.”

     

    Hierin staat telkens dat dit in de toelichting dient opgenomen te worden als vervallen sociale schulden, ongeacht het uitstel van betaling. Echter, lijkt het ons in het kader van het specifieke uitstel door de Covid-crisis, dat dit uitstel op een andere manier kan geïnterpreteerd worden.

     

    Indien het ICCI van mening is dat dit toch in de toelichting onder 'vervallen sociale schulden' dient opgenomen te worden, is er dan een mogelijkheid om dit extra toe te lichten bij de 'andere toelichtingen' of is er de keuze om dit niet onder 'vervallen schulden' te zetten, maar enkel te vermelden onder de 'andere toelichtingen'?”.

     

  2. Als antwoord op deze vraag verwijst het ICCI naar artikel 3:82, X, C.1 van het koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna: “koninklijk besluit van 29 april 2019”), dat het volgende bepaalt:

     

    In de toelichting bij het volledig schema van de jaarrekening worden de hierna volgende gegevens opgenomen:

    (...)

     X.

      Een staat van de schulden, die vermeldt:

    (...)

      C. 1. wat de schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten betreft (post IX.E. van de passiva), het bedrag van de vervallen schulden (ongeacht of uitstel van betaling is verkregen) ten aanzien van:

      a) het belastingbestuur;

      b) de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.”.

     

    Het ICCI stelt vast dat, tot op heden, voormelde bepaling van het koninklijk besluit van 29 april 2019, alsook de door u aangehaalde CBN-adviezen 110/2 en 146/2 niet werden aangepast door de COVID-19-crisis.

     

  3. Bijgevolg is het ICCI van oordeel dat een vennootschap die uitstel tot betaling RSZ heeft ontvangen ten gevolge van de COVID-19-crisis, dit ook, conform artikel 3:82, X, C.1 van het koninklijk besluit van
    29 april 2019, in de toelichting bij de jaarrekening dient op te nemen onder ‘vervallen sociale schulden’. De vennootschap kan desgewenst toevoegen in de ‘andere toelichtingen’ dat de ‘vervallen sociale schulden’ de uitgestelde betaling betreft mbt de COVID-19-regeringsmaatregelen.

     

  4. Volledigheidshalve wenst het ICCI in deze context ook te verwijzen naar de volgende passage op pagina 2 van het IBR-advies 2020/03 betreffende de impact COVID-19 op de controle over boekjaar 2020 – highlights :

 

Door de uitbraak van COVID-19 moet de auditor de impact van deze uitbraak op de gecontroleerde entiteit evalueren. Bestaande auditrisico’s kunnen significanter worden, maar het kan ook gaan om nieuwe auditrisico’s als gevolg van actuele gebeurtenissen die niet werden geïdentificeerd en die misschien (nog) niet bestonden tijdens de planningsfase van de audit (bedrijfsrisico’s, bv. liquiditeitsproblemen wegens moeilijke kredietverstrekking en dalende subidieverstrekking voor sommige VZW’s, risico’s verbonden aan dekkingsverrichtingen, fiscale risico’s wegens uitstel van betalingtermijnen).