31 maart 2011

Wat dient er in onderstaande situatie te gebeuren met het mandaat van de bedrijfsrevisor?

 

De algemene vergadering van een vzw studentenvoorzieningen heeft, conform artikelen  214 en 215 van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de Hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap een bedrijfsrevisor voor een periode van drie jaar aangesteld.

 

In 2011 loop de termijn van de bedrijfsrevisor af. Ondertussen is het Hogeschoolklimaat (opnieuw) veranderd. Zo zullen de rechtspersonen van de vzw studentenvoorzieningen opgaan in de rechtspersonen Hogeschool, met ingang van 01/01/2011.

  • Kan het mandaat van de bedrijfsrevisor met 1 jaar worden verlengd?

  • Dient er een nieuwe aanbestedingsprocedure te worden uitgeschreven voor een nieuw mandaat?

Kan dezelfde bedrijfsrevisor (na een procedure) als deze van de Hogeschool worden aangesteld? Is er in dat geval geen onverenigbaarheid tijdens het fusieproces?

  

Om op de eerste vraag te antwoorden stelt het ICCI dat er, krachtens het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, geen wettelijke verplichting is om als hogeschool of vzw studentenvoorzieningen van een hogeschool een commissaris aan te stellen. Echter stipuleert artikel 214 van dit decreet wel dat de vzw sociale voorzieningen (die krachtens artikel 4 van het decreet van 30 april 2004 betreffende de studiefinanciering en studentenvoorzieningen in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap tevens de studentenvoorzieningen behelst) haar boekhouding en rekeningen jaarlijks dient voor te leggen aan een bedrijfsrevisor. Bijgevolg is de aanstelling van een bedrijfsrevisor in deze vzw wel verplicht.

 

Enkel entiteiten (o.a. vennootschappen, vzw’s, stichtingen, enz.) die rechtstreeks of onrechtstreeks onderworpen zijn aan het Wetboek van vennootschappen en die voldoen aan een aantal voorwaarden hebben de verplichting een commissaris te benoemen. Deze benoeming moet steeds gebeuren voor een (hernieuwbare) termijn van drie jaar.

 

Rechtspersonen die niet onderworpen zijn aan het Wetboek van vennootschapen zijn vrij de duur van de opdracht die zij zouden toevertrouwen aan een bedrijfsrevisor contractueel vast te leggen, tenzij deze duur bepaald is in een specifieke wettelijke of reglementaire bepaling die op hen van toepassing is.

 

Behoudens zulke specifieke wettelijke of reglementaire bepalingen bestaat er naar de mening van het ICCI geen enkel bezwaar tegen het aanstellen van een bedrijfsrevisor voor een contractuele periode van één jaar.  Deze periode kan zonder beperking worden verlengd.

 

Als antwoord op de tweede vraag stelt het ICCI dat, ten gevolge van het feit dat de opdracht van de bedrijfsrevisor in de vzw in casu contractueel van aard is, de verantwoordelijke instanties van de vzw in casu dienen te beslissen of er al dan niet een nieuwe aanbestedingsprocedure dient te worden uitgeschreven voor een eventueel nieuw mandaat van een bedrijfsrevisor.

 

Ter informatie wenst het ICCI nog even te herinneren aan het verschil tussen een bedrijfsrevisor en een commissaris. “Bedrijfsrevisor” is een erkende en beschermde beroepstitel, enkel gedragen door de personen ingeschreven in het openbaar register van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren. “Commissaris” is de controlefunctie beschreven in de artikelen 130 tot 140 van het Wetboek van vennootschappen, uitgevoerd bij entiteiten vermeld in het derde lid hierboven. 

 

De functie van commissaris kan in België enkel worden waargenomen door een bedrijfsrevisor. Een bedrijfsrevisor kan ook andere activiteiten voeren voor zover deze verenigbaar zijn met de titel van bedrijfsrevisor. Een bedrijfsrevisor kan echter geen commerciële activiteiten voeren.