14 juli 2025
Samenvatting
Kleine VZW’s zijn wettelijk vrijgesteld van de verplichting om een commissaris te benoemen. Indien de VZW aan de voorwaarden voldoet om een ondernemingsraad op te richten (meer dan 100 werknemers), dient er een bedrijfsrevisor te worden aangesteld met de opdracht zoals voorzien door artikel 3:83 WVV. Als er geen ondernemingsraad is, dan kan het zijn dat een subsidieovereenkomst of de regelgeving toch verplicht om een commissaris te benoemen of om een contractuele beoordeling af te leveren.
Résumé
Les petites ASBL sont légalement exemptées de l’obligation de nommer un commissaire. Si l’ASBL se trouve dans les conditions pour instituer un conseil d’entreprise (plus de 100 travailleurs), un réviseur d’entreprises doit être désigné avec la mission définie à l’article 3:83 du CSA. S’il n’y a pas de conseil d’entreprise, il est possible qu’un convention de subvention ou la règlementation applicable exige la nomination d’un commissaire ou l’exécution d’une mission de revue contractuelle.
| NL | FR | |
|---|---|---|
| Type opdracht 1 | Ondernemingsraad | Conseil d'entreprise |
| Sleutelwoord 1 | Vrijstelling van aanstellen commissaris | Exemption nomination commissaire |
| Sleutelwoord 2 | Jaarrekening | Comptes annuels |
| Sleutelwoord 3 | Subsidies | Subsides/Subventions |
| Type klant | (I)VZW/stichting/kleine (I)VZW | A(I)SBL/fondation/petite A(I)SBL |
Tekst
De volgende situatie wordt beschreven:
“Een VZW, maatwerkbedrijf met ongeveer 130 medewerkers, heeft een balanstotaal per
31 december 2024 van 4 000 000 EUR en een totale omzet per 31 december 2024 van
5 000 000 EUR, waarvan 2 500 000 EUR aan omzet derden (facturatie externe cliënten) en 2 500 000 EUR aan bedrijfssubsidies. Meer dan de helft van de omzet gebeurt door overheidsfinanciering. Verwijzend naar artikel 3:47, § 6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna: “WVV”) stel ik me de vraag of deze VZW niet verplicht onderworpen is aan een controle van een bedrijfsrevisor/commissaris.”
Artikel 3:47, § 6 WVV legt aan andere dan kleine VZW’s of IVZW’s de verplichting op om de jaarrekening te laten controleren door een commissaris. Met andere woorden, kleine VZW’s zijn wettelijk niet verplicht om hun jaarrekening te laten controleren door een commissaris. Overeenkomstig artikel 1:28, § 1 WVV zijn kleine VZW’s VZW’s die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:
In het voorliggend geval – en op basis van de informatie waarover het ICCI beschikt – is de betrokken VZW een kleine VZW, aangezien slechts één van de hierboven vermelde criteria wordt overschreden, namelijk het jaargemiddelde van het aantal werknemers. De betrokken VZW is dus wettelijk vrijgesteld van de verplichting om een commissaris te benoemen voor de controle van de jaarrekening.
Overeenkomstig artikel 14 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven[2] juncto artikel 6, § 1 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen[3], dient een ondernemingsraad te worden opgericht in ondernemingen[4] die gewoonlijk gemiddeld ten minste 100 werknemers[5] tewerkstellen.
Krachtens artikel 15bis van dezelfde wet dient in elke vennootschap waar een ondernemingsraad moet worden opgericht, één of meer bedrijfsrevisoren te worden benoemd.
De opdrachten van de aangestelde bedrijfsrevisor zijn vermeld in artikel 3:83 WVV.
Bovendien bepaalt artikel 3:93 WVV dat in een vennootschap waar geen commissaris is aangesteld, de algemene vergadering een bedrijfsrevisor benoemt,[6] die wordt belast met de opdracht bedoeld in de artikelen 3:83 tot 3:86 WVV.
Volgens het ICCI-advies van 9 juni 2023[7], dient dit artikel 3:93 WVV te worden geïnterpreteerd naar analogie met artikel 4:8 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen[8], zodat het van toepassing is op alle ondernemingen, met inbegrip van verenigingen.
In het voorliggend geval en op basis van de informatie waarover het ICCI beschikt, dient de VZW over een ondernemingsraad te beschikken aangezien zij meer dan 100 werknemers telt, namelijk 130. Zij voldoet dus aan de voorwaarden om een bedrijfsrevisor aan te stellen, die volgens artikel 3:83 WVV onder meer de jaarrekeningen dient te controleren[9].
Daar het ICCI ter kennis werd gebracht dat de VZW in casu subsidies ontvangt, vestigt zij daarenboven de aandacht op het feit dat de subsidiërende overheid de toekenning van subsidies kan koppelen (1) aan de verplichting tot benoeming van een commissaris dan wel (2) aan de verkrijging van een verklaring met toepassing van ISRE 2400 (beoordelingsopdracht) door een bedrijfsrevisor (of door een gecertificeerde accountant) van deze VZW. Dit aspect dient te worden nagegaan in de kwestieuze subsidieovereenkomst(en). Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar de FAQ van het ICCI, waarin de formaliteiten worden toegelicht die van toepassing zijn op VZW’s die op vrijwillige basis een commissaris benoemen[10].
[1] Art. 1:28, § 5, eerste lid WVV stelt: “Het gemiddeld aantal tewerkgestelde werknemers, bedoeld in paragraaf 1, is het gemiddelde van het aantal werknemers uitgedrukt in voltijdse equivalenten dat is geregistreerd in de DIMONA-databank overeenkomstig het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, per einde van elke maand van het boekjaar, of indien de tewerkstelling niet behoort tot het toepassingsgebied van dit koninklijk besluit, het gemiddelde aantal tewerkgestelde werknemers uitgedrukt in voltijdse equivalenten van de in het algemene personeelsregister of een gelijkwaardig document ingeschreven werknemers per einde van elke maand van het beschouwde boekjaar.”.
[2] BS 27 september 1948.
[3] BS 7 december 2007.
[4] Zie art. 6, § 3 wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen : “Voor de toepassing van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven en de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, wordt de onderneming bedoeld met of zonder industriële of commerciële finaliteit.”.
[5] Zie art. 7 wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen voor het detail van de berekening die nodig is om het gemiddelde van de in de onderneming tewerkgestelde werknemers te bepalen.
[6] Met uitzondering van de gesubsidieerde onderwijsinstellingen, zie art. 15bis van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven.
[7] Zie ICCI-Advies van 9 juni 2023, Opdracht van de bedrijfsrevisor (geen commissaris) bij de Ondernemingsraad (23-008), nr. 4 en paragraaf A5 van de Norm van 14 mei 2024 inzake de opdrachten van de bedrijfsrevisoren bij de ondernemingsraad.
[8] BS 30 april 2019.
[9] Zie Norm van 14 mei 2024 inzake de opdrachten van de bedrijfsrevisoren bij de ondernemingsraad.
[10] Cf.: Welke vormvereisten moeten worden gevolgd door grote of kleine vzw's die op vrijwillige basis een commissaris benoemen?