8 september 2026

Samenvatting:
Dit advies herinnert eraan dat het vast (geïndexeerd) bedrag van de erelonen van de commissaris, zoals vastgesteld door de algemene vergadering, moet worden opgenomen in de toelichting bij de jaarrekening en geeft een overzicht van de bestanddelen van de erelonen van de commissaris die:

  • uitgesloten zijn, zoals de btw;
  • afzonderlijk kunnen worden doorgerekend mits een uitdrukkelijke bepaling hierover bij de aanstelling door de algemene vergadering en voor zover er geen enkele beoordelingsmarge voor de commissaris bestaat, zoals de IBR‑bijdragen en de kosten van wettelijke opzoekingen;
  • begrepen zijn in het vast bedrag zoals vastgesteld door de algemene vergadering, zoals de kantoorkosten.

Résumé:
Cet avis rappelle que le montant fixe (indexé) des honoraires du commissaire tel que décidé par l’assemblée générale doit être publié dans l’annexe aux comptes annuels et dresse un aperçu des éléments des honoraires du commissaire qui :

  • sont exclus, comme la TVA ;
  • peuvent être refacturés séparément moyennant une disposition expresse en ce sens au moment de la nomination par l’assemblée générale et pour autant qu’il n’y ait aucune marge d’appréciation du commissaire, comme les frais de cotisation IRE et les frais de recherches légales ;
  • sont inclus dans le montant fixe tel que décidé par l’assemblée générale, comme les frais de bureau.
  NL FR
Sleutelwoord 1 Ereloon Honoraires

 

Tekst

De volgende vraag wordt gesteld:

« Wij rekenen 5% op de fee ter dekking van o.a. de bijdragen IBR, gebruikelijke onkosten, softwarekosten en wettelijke opzoekingen. Daarnaast rekenen wij ook de verplaatsingskosten door. Deze twee extra vergoedingen bovenop de fee worden goedgekeurd samen met de fee op de algemene vergadering. De vraag wordt gesteld of deze beide extra vergoedingen opgenomen dienen te worden onder de bezoldiging van de commissaris (code 9505) in de jaarrekening of onder een andere code of zelfs helemaal niet op te nemen? »

1. Rechtsgrond

Artikel 3:65, §2 WVV bepaalt dat “bij de aanvang van de opdracht van de commissarissen [...] hun honoraria [worden] vastgesteld door de algemene vergadering. Deze honoraria bestaan in een vast bedrag dat de naleving van de controlenormen waarborgt. De honoraria kunnen niet worden gewijzigd dan met instemming van partijen. Ze worden vermeld in de toelichting bij de jaarrekening. De honoraria moeten voldoende zijn om de commissaris toe te laten zijn opdracht uit te voeren in alle onafhankelijkheid en met naleving van de beroepsnormen en -aanbevelingen, zoals goedgekeurd overeenkomstig artikel 31 van de wet van 7 december 2016 houdende de organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren.”

2. Vast bedrag in de beslissing van de AV

In beginsel stemt het vast bedrag in de beslissing van de algemene vergadering overeen met de bezoldiging van de commissaris, opgenomen in de toelichting van de jaarrekening.

Het kan gebeuren dat een bijkomende bezoldiging van de commissaris aangewezen is, bijvoorbeeld n.a.v. een niet voorzienbare groei van de gecontroleerde vennootschap. Het vaste bedrag kan in onderling akkoord tussen de partijen worden herzien wanneer het vastgestelde bedrag niet langer toereikend is om de naleving van de controlenormen te waarborgen, overeenkomstig artikel 3:65, §2 WVV.

3. Kosten die niet worden opgenomen in de toelichting bij de jaarrekening

  • de kosten die rechtstreeks verbonden zijn aan opdrachten buiten België (bijvoorbeeld verplaatsingen naar het buitenland)[2].

4. Andere kosten die afzonderlijk aan de cliënt kunnen worden doorgerekend

Het is mogelijk om aan het vast bedrag dat de algemene vergadering heeft beslist, bepaalde kosten toe te voegen, mits een uitdrukkelijke bepaling in de beslissing van de algemene vergadering tot aanstelling. Het gaat om kosten waarop de bedrijfsrevisor geen enkele winstmarge noch beoordelingsmarge heeft, zoals:

  • bijdragen voor het Instituut van de Bedrijfsrevisoren:
    • vaste bijdrage van (nu) 40 EUR per commissarismandaat
    • variabele bijdrage van (nu) 1,3 % op de mandaatprijs 
  • kosten van effectieve raadpleging voor een bepaalde controle in het kader van de wettelijke opzoekingen[3], zoals:
  • de kost voor de raadpleging van een programma dat moet worden gebruikt in het kader van de strijd tegen witwassen van geld en financiering van terrorisme (WG/FT)
  • de kost voor de raadpleging van het Nationaal Pandregister
  • de kost om bankbevestiging te bekomen
  • de kost om hypothecaire getuigschriften op te vragen.

Deze kosten hoeven evenmin te worden gespecificeerd in de toelichting bij de jaarrekening, en worden dus ook niet opgenomen in het bedrag vermeld in de toelichting bij de jaarrekening.[4]


5. Kosten inherent aan het dossier

Kantoorkosten zijn inherent aan het dossier. Ze dienen bijgevolg te worden begrepen in het vast bedrag en kunnen niet afzonderlijk worden doorgerekend, ook niet via een uitdrukkelijke clausule. Deze kosten dekken bijvoorbeeld:

  • de kost voor software of een bijdrage in de algemene kosten van een bepaalde software
  • de kost voor huisvesting
  • de kost voor het secretariaat
  • postzegels en aangetekende zendingen
  • verplaatsingskosten (in beginsel in België, zie voetnoot (2)). 

6. Jaarlijkse indexering

Volledigheidshalve meldt het ICCI nog dat de indexering van de erelonen van de commissaris is toegelaten, voor zover de partijen vooraf in objectieve indexeringscriteria hebben voorzien in de beslissing van de algemene vergadering[5]. De jaarlijkse indexering wordt dan bijgerekend in het bedrag opgenomen in de toelichting bij de jaarrekening.



[1] BTW maakt geen deel uit van de honoraria, ook al is de gecontroleerde niet (100 %) BTW-plichtige en kan hij deze niet (geheel) recupereren en is dit voor de klant een kost.

[2] Zie het Vademecum van het IBR, p. 561. Het onderscheid binnenland/buitenland kan weliswaar wat achterhaald lijken. Het ICCI raadt aan om dit duidelijk af te spreken met de cliënt indien dit relevant is voor de betrokken opdracht.

[4] Meer informatie over het onderwerp: Obligation de mentionner les émoluments du commissaire dans les comptes annuels.

[5] Yangandi, V., Commentaire de l’art. 134 C. soc., p. 26, in Commentaire systématique du Code des Sociétés, mis à jour le 06/08/2013, Kluwer.

______________________________

Disclaimer: Hoewel het Informatiecentrum voor het Bedrijfsrevisoraat (ICCI) met de grootste zorgvuldigheid de ontvangen vragen behandelt en hiervoor beroep doet op personen met de vereiste bekwaamheden, wordt ten aanzien van de antwoorden geen enkele garantie geboden en draagt het geen enkele contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid voor de eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit feitelijke of juridische vergissingen die werden begaan in het kader van de verstrekte antwoorden en informatie. Het antwoord wordt alleen in de taal van de vraagsteller overgenomen. De lezer en in het algemeen de gebruiker van dit antwoord blijft als enige verantwoordelijk voor het gebruik daarvan.