21 januari 2026
Vraagstelling
Ondernemingen die verplicht onder de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) rapporteren over boekjaar 2025, dienen duurzaamheidsinformatie op te stellen in overeenstemming met de momenteel juridisch bindende Europese Sustainability Rapporteringsstandaarden of ESRS (Set 1). EFRAG (de standaardsetter) heeft op 3 december 2025, een technisch advies aan de Europese Commissie bezorgd met een draft vereenvoudigde (‘simplified’) ESRS-set. In welke mate kunnen dergelijke ondernemingen nu al elementen uit dit technisch advies toepassen in hun 2025-rapportering, en welke elementen mogen (nog) niet worden toegepast?
Analyse
Het uitgangspunt is dat enkel de door de Europese Commissie vastgestelde ESRS in een gedelegeerde verordening juridisch bindend zijn (momenteel: ESRS Set 1, Commissie Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2772). EFRAG’s documenten van 3 december 2025 hebben de status van ‘technisch advies’ en zijn dus op zichzelf geen rechtsbron. Zij kunnen dus niet autonoom de rapporteringsverplichtingen voor boekjaar 2025 verminderen of vervangen. Wel kunnen zij in de praktijk relevant zijn als interpretatieve richtlijnen (guidance), voor zover zij: (i) eerder verduidelijken wat reeds in ESRS Set 1 besloten ligt en, hiermee niet conflicterend is, en (ii) niet leiden tot het weglaten van informatie die onder ESRS Set 1 wél vereist is.
Voor de praktijk is het nuttig om elementen uit de draft simplified ESRS in drie categorieën te plaatsen: (A) ‘verduidelijkingen’ die zonder strijdigheid met ESRS Set 1 kunnen worden toegepast, (B) ‘nieuwe/gewijzigde definities of reliefs’ die pas kunnen worden toegepast zodra de Europese Commissie deze via een gedelegeerde handeling heeft aangenomen, en (C) wat we zouden benoemen als “grijze zones” waar ESRS Set 1 ruimte laat voor interpretatie en de vereenvoudigde set een bepaalde richting kiest.
A. Elementen die in essentie verduidelijkingen zijn en die ondernemingen doorgaans al kunnen toepassen vanaf rapportering over boekjaar 2025
Dit zijn punten waar de vereenvoudigde ESRS vooral de werkwijze of interpretatie nader toelicht, zonder dat hierdoor de ESRS Set 1 verplichtingen worden afgezwakt. Typisch zal toepassing hiervan weinig risico met zich meebrengen, mits de onderneming haar keuzes transparant beschrijft in ESRS 2 BP-1 (“basis for preparation”). Hieronder volgt een niet-exhaustieve lijst van zulke elementen:
- De Top-down benadering voor de dubbele materialiteitsanalyse (DMA): de vereenvoudigde set verduidelijkt dat de DMA niet noodzakelijk een ‘bottom-up’ aanpak hoeft te zijn. Een top-down aanpak (startend van business model/strategie/risicobeheer, met gerichte verdieping waar nodig) is ook aanvaardbaar, en het vereiste niveau van onderbouwing (‘evidence’) dient redelijk en proportioneel te zijn;
- Niet elk jaar een volledige DMA ‘from scratch’: de vereenvoudigde set verduidelijkt dat een volledige heruitvoering van de DMA niet jaarlijks nodig is, behalve bij significante wijzigingen;
- Waardeketen-informatie via schattingen: ESRS Set 1 bevat reeds het principe dat, wanneer rechtstreekse data niet (tijdig) beschikbaar zijn, schattingen/proxies kunnen worden gebruikt op basis van redelijke en onderbouwde informatie zonder onevenredige kosten of inspanningen. De vereenvoudigde ESRS herbevestigt dit en verlaagt de drempel om secundaire/indirecte data te gebruiken:
- Definitie en afbakening van het concept van ‘eigen operaties’: de simplified ESRS brengen vooral een praktische verduidelijking die voor wave 1-ondernemingen nuttig is. Zij bevestigen explicieter dat de onderneming niet geacht wordt om een volledige waardeketenmapping of datapunt-collectie uit te werken “omdat het kan”, maar dat de focus ligt op wat materieel is voor de Impacten, Risico’s, en Opportuniteiten (IROs). Met andere woorden: eigen operaties blijven de primaire basis, en waardeketeninformatie wordt toegevoegd waar nodig, met ruimte voor schattingen en pragmatische databenaderingen. Dit is in essentie een operationaliseringsaspect en niet strijdig met ESRS Set 1;
- Aggregatie en desaggregatie principes: de simplified ESRS leggen vooral nadruk op de proportionele toepassing van dit kader. Zij bevestigen dat desaggregatie niet bedoeld is als standaardmatige maximale granulariteit, maar als instrument om materiële verschillen te tonen. Wanneer bijkomende uitsplitsingen geen extra beslissingsrelevant inzicht opleveren, kan aggregatie passend zijn. Voor wave 1-ondernemingen kan dit voor de 2025 rapportering relevant zijn omdat het helpt om de ESRS Set 1 op een leesbare manier toe te passen, zonder dat dit neerkomt op het weglaten van vereisten: de kern blijft dat de gekozen presentatie de materialiteit en verschillen niet mag maskeren;
- Non-employees binnen de eigen werkforce: de simplified ESRS verduidelijken vooral wanneer non-employees in de praktijk “relevant” zijn en hoe ondernemingen hiermee pragmatisch kunnen omgaan. De nadruk ligt op het vermijden van formele rapportering over marginale populaties die geen verband houden met de materiële IRO’s, terwijl de onderneming wél transparant moet zijn wanneer non-employees een wezenlijke rol spelen (bv. in operationele capaciteit, veiligheid of arbeidsomstandigheden). Deze verduidelijking is niet strijdig met ESRS Set 1, maar helpt om de bestaande vereiste op een consistente en proportionele manier toe te passen, mits duidelijke methodologische toelichting;
- Executive summary en gebruik van appendices: de simplified ESRS maken explicieter dat ondernemingen kunnen werken met een executive summary (kernboodschappen, belangrijkste IRO’s, strategie, targets en KPI’s) en met appendices (detailtabellen, methodologische toelichtingen, cross-referentie index). Voor wave 1-ondernemingen kan dit in hun 2025 rapportering reeds worden toegepast als presentatietechniek, op voorwaarde dat alle ESRS-verplichte informatie nog steeds correct wordt opgenomen (of geldig wordt gerefereerd) en dat appendices geen mechanisme worden om materiële informatie te verbergen. De meerwaarde is vooral praktisch: betere leesbaarheid, zonder dat dit een inhoudelijke afwijking van ESRS Set 1 inhoudt;
- Praktische verduidelijkingen rond ‘events after reporting date’ en actualisering van vergelijkende cijfers: wanneer nieuwe informatie enkel leidt tot een herberekening die weinig informatieve waarde toevoegt (bv. wanneer de methode systematisch steunt op input uit het vorige jaar), wordt verduidelijkt dat herziening van vergelijkende informatie niet altijd vereist is.
B. Elementen die nieuwe of materieel gewijzigde vereisten/definities introduceren en die nog niet mogen worden toegepast
Dit zijn wijzigingen die de inhoudelijke verplichtingen van ESR Set 1 zouden aanpassen (bv. extra vrijstelling (reliefs), nieuwe uitzonderingen of datapoint-reducties). Zolang de Europese Commissie deze niet heeft omgezet in een finale gedelegeerde handeling, kan een onderneming deze niet als basis gebruiken om informatie die ESRS Set 1 vereist weg te laten. Dit kan immers leiden tot een verhoogd non-compliance risico. Hierna volgt een lijst van niet-exhaustieve voorbeelden:
- Uitgebreide ‘undue cost or effort’ (UCoE) reliefs: ESRS Set 1 gebruikt het begrip reeds in de context van schattingen en waardeketeninformatie. De vereenvoudigde set definieert het begrip explicieter en breidt het toepassingsgebied uit (o.a. naar DMA en metrics). Dat ruimere vrijstellingskarakter is toch wel een fundamentele beleidswijziging en kan niet worden gebruikt om de 2025 rapporteringsverplichtingen te verminderen;
- Nieuwe/extra phase-ins (bv. tot en met FY2029) voor kwantitatieve informatie over toekomstige financiële effecten en bepaalde zorgwekkende stoffen. Zolang dit niet is verankerd in een finale tekst, kunnen ondernemingen zich hier niet op beroepen;
- Nieuwe regels rond acquisities/desinvesteringen (o.a. hoe en wanneer scope-wijzigingen doorwerken in de duurzaamheidsinformatie, en welke comparatieven wel/niet moeten worden aangepast) kunnen niet worden toegepast wanneer ze afwijken van de huidige ESRS Set 1-vereisten.
- Nieuwe landendrempels (“country thresholds”) voor S1-metrics: de vereenvoudigde ESRS introduceren meer expliciete kwantitatieve drempels om te bepalen wanneer bepaalde ESRS S1-prestatie-indicatoren nog per land moeten worden uitgesplitst. Het doel van de nieuwe drempels is niet noodzakelijk om het aantal gerapporteerde landen altijd te verlagen, maar om een duidelijke en proportionele ‘safe harbour’ te creëren: maximaal de top 10 landen (mits ≥50 werknemers) en bundeling van de overige landen. Dit voorkomt dat ondernemingen een lange lijst van kleinere landen standaardmatig in detail moeten rapporteren, en vermijdt tegelijk dat de 10%-drempel bij gespreide workforce tot nauwelijks enige landinformatie leidt. Voor de rapportering 2025, kunnen deze nieuwe drempels echter niet worden gebruikt.
- De additieve approach onder ESRS Set 1: de simplified ESRS schrappen expliciet de additieve benadering voor ESRS E1. Zij verduidelijken dat de rapporteringsscope voor broeikasgasemissies vertrekt van één coherente organisatorische grens, met als uitgangspunt financial control volgens het GHG Protocol, aangevuld met de specifieke bepalingen uit ESRS 1 inzake onder meer joint operations, leased assets en benefit schemes. Het cumulatief “optellen” van bijkomende emissies buiten deze afgebakende perimeter wordt verlaten. Dit kan nog niet toegepast worden in de rapportering over boekjaar 2025.
C. Grijze zones: waar ESRS Set 1 interpretatieruimte laat en de vereenvoudigde ESRS een bepaalde richting geeft
In een aantal thema’s zijn de ESRS Set 1-teksten niet volledig eenduidig, of zwijgen ze over praktische invulling. De vereenvoudigde ESRS bevatten in bepaalde gevallen richtinggevende keuzes (soms als verduidelijking, soms als beleidskeuze). Voor boekjaar 2025 kan dit vaak wél worden gebruikt als verdedigbare interpretatie, op voorwaarde dat de onderneming: (i) haar redenering documenteert, (ii) consistente toepassing verzekert, en (iii) de aanpak transparant beschrijft in BP-1 en waar relevant in de toelichtingen bij de prestatie-indicatoren. Hierna volgen enkele niet-exhaustieve voorbeelden:
- Datapoint-niveau ‘information materiality’ filter: ESRS Set 1 bevat reeds een relevantie-/toepasbaarheidsbeoordeling binnen de materiële topics (‘not applicable’, entiteit-specifieke omstandigheden, vermijden van niet-informatieve toelichtingen). De simplified ESRS verduidelijken en versterken dit door ook explicieter een ‘datapoint-niveau’ filter te benadrukken. Wave 1-ondernemingen kunnen voor de rapportering 2025 argumenteren dit al toe te passen (relevantie en toepasbaarheid) op datapuntniveau, dus expliciet erkennen dat je binnen een materiële topic bepaalde datapunten (sub-elementen binnen een toelichtingsvereiste of DR) kan weglaten omdat ze voor gebruikers niet informatief zijn of omdat het niet de verwachting is van belanghebbenden om deze te rapporteren. Anticipatieve toepassing hiervan in de rapportering over 2025 kan in bepaalde gevallen verdedigbaar zijn, maar omdat het meer is dan pure redactionele verduidelijking, is voorafgaande afstemming met de commissaris aangewezen.
- Gross vs net: de vereenvoudigde ESRS verduidelijkt wanneer een netto presentatie aanvaardbaar is versus wanneer een bruto presentatie dient te worden gehanteerd. Het voert ook een bijkomende richtlijn in, namelijk dat in de bruto-netto-discussie de doelstelling van decision-usefulness (beslissingsnuttigheid) wordt benadrukt en dat dit een belangrijke overweging is, ongeacht de genomen maatregelen. Dit betekent dat een onderneming waarvoor gezondheid en veiligheid (H&S) een materiële topic is (bijvoorbeeld in de chemische sector), maar waarbij door alle genomen maatregelen en acties geen materiële impact wordt verwacht, dit thema H&S toch als materieel dient te rapporteren en daarnaast afzonderlijk dient te rapporteren over de genomen acties (aangezien H&S voor gebruikers/stakeholders van ondernemingen in zo’n sector essentieel is). Zulke logica is niet noodzakelijk conflicterend met de huidige ESRS Set 1, maar het is wel een nieuwe paragraaf en dus is voorafgaande afstemming met de commissaris aangewezen;
- Leased assets en ‘use vs ownership’: ESRS Set 1 was in bepaalde opzichten stilzwijgend over de behandeling van leasing. De vereenvoudigde ESRS verduidelijkt dat impacten uit gebruik van een leased asset niet afhangen van juridische eigendom. Toepassing hiervan in de rapportering over 2025 lijkt logisch, maar omdat het meer is dan pure redactionele verduidelijking, is voorafgaande afstemming met de commissaris aangewezen;
Conclusie
Voor ondernemingen die dienen te rapporteren over boekjaar 2025 blijft de juridisch bindende referentie ESRS Set 1. Bepaalde elementen uit EFRAG’s technisch advies van 3 december 2025 kunnen vandaag vooral worden gebruikt als interpretatieve richtlijnen (guidance). Verduidelijkingen (zoals de top-down benadering van de DMA en pragmatische werkwijzen voor waardeketen-schattingen) kunnen doorgaans al worden toegepast, mits transparantie in BP-1 en zonder dat hierdoor ESRS Set 1-verplichtingen worden uitgehold.
Nieuwe of materieel gewijzigde reliefs/definities uit de vereenvoudigde set (zoals datapoint-reducties, extra phase-ins, of nieuwe expliciete omissieregels) mogen nog niet worden toegepast om 2025 verplichte toelichtingen weg te laten. Voor thema’s waar ESRS Set 1 interpretatieruimte laat (zoals gross vs net en bepaalde scope-vragen rond leased assets) is toepassing mogelijk als verdedigbare interpretatie, maar dit vereist goede documentatie en idealiter voorafgaande afstemming met de commissaris.
Deze analyse is bedoeld als technische interpretatie van het regelgevend kader en vervangt geen formeel juridisch of assurance-advies.