16 maart 2026
Hoe moeten paragrafen 61 en 93 van de concept vereenvoudigde Europese Sustainability Rapporteringsstandaard (ESRS) 1 (Algemene Vereisten) worden geïnterpreteerd voor gezamenlijke bedrijfsactiviteiten (joint operations of JOs) voor een vennootschap die financieel rapporteert onder de Internationale Financiële Rapporteringsstandaarden (IFRS)?
Meer bepaald:
Deze vraagstellingen kaderen aldus in een context van financiële rapportering conform het IFRS-referentiestelsel. Dit toont aan dat de reikwijdte van de rapporteringen conform ESRS kan verschillen naargelang het rapporteringsreferentiestelsel waaronder een entiteit haar geconsolideerde financiële rapportering voert. [1]
Relevante paragrafen in ESRS 1
ESRS 1 (simplified) paragraaf 61: “The sustainability statement shall be prepared for the same reporting undertaking as the financial statements.”
ESRS 1 (simplified) AR 35 (bij paragraaf 62): “Without prejudice to paragraph 93, the undertaking shall classify impacts, risks and opportunities associated with its share of the assets, liabilities, revenues and expenses of a joint operation recognised in the financial statements as belonging to its own operations.”
ESRS 1 (simplified) paragraaf 93: “The undertaking may exclude joint operations for which it does not have operational control from the scope of calculation of environmental metrics under ESRS E2, E3, E4 and E5, provided that the undertaking discloses the limitation of scope, the entities or activities excluded and the actions taken to improve coverage and data quality.”
2.1. Zit de joint operation binnen de algemene grenzen van de ESRS rapportering?
Het antwoord hierop is ja. Paragraaf 61 bepaalt dat de duurzaamheidsinformatie dient opgesteld te worden voor dezelfde rapporterende entiteit als de financiële staten/overzichten. Dus de entiteiten en bedrijfsactiviteiten (JO’s) in scope van de IFRS geconsolideerde jaarrekening van een groep zijn dezelfde als deze voor de scopebepaling van de ESRS duurzaamheidsinformatie van die dezelfde groep.
Daarnaast verduidelijkt toelichtingsvereiste (AR) 35 met betrekking tot paragraaf 62 dat, onverminderd de vrijstelling die wordt beschreven in paragraaf 93, de impacten, risico’s en opportuniteiten (IROs) verbonden met het aandeel van de onderneming in een JO die in de financiële staten wordt erkend, moeten worden geclassificeerd als behorend tot de eigen operaties. De JO valt dus binnen de algemene grenzen van de ESRS rapportering.
2.2. Mag de JO op grond van paragraaf 93 uit de berekeningsscope van E2/E3/E4/E5 worden gelaten?
Ja, maar dit betreft wel een specifieke metric-vrijstelling onder bepaalde condities, en geen uitsluiting uit de algemene rapporteringsgrenzen. Paragraaf 93 laat toe dat joint operations zonder operationele controle worden uitgesloten uit de berekeningsscope van bepaalde milieu-gerelateerde kwantitatieve gegevens/metrics (E2 Verontreiniging, E3 Water en Maritieme Hulpbronnen, E4 Biodiversiteit en Ecosystemen, en E5 Gebruik van Hulpbronnen en Circulaire Economie). De onderneming moet dan expliciet toelichten dat die vrijstelling wordt toegepast.
Operationele controle verwijst naar situaties waarin de onderneming de operationele activiteiten van een entiteit of van een activa-bestanddeel kan aansturen (alleen en dus niet op gezamenlijke wijze bijvoorbeeld wanneer de onderneming de exploitatievergunning of operationele beslissingsmacht heeft). Wanneer deze controle ontbreekt kan de vrijstelling (relief) voorzien in paragraaf 93 worden toegepast.
De vrijstelling onder paragraaf 93 lijkt niet gebaseerd te zijn op een empirische vaststelling dat joint operations zonder operationele control doorgaans geen materiële milieueffecten hebben, maar veeleer op een proportionaliteitsafweging. EFRAG motiveert in het basis voor conclusies document dat de berekening van milieu-gerelateerde metrics voor zulke joint operations in bepaalde sectoren als te belastend werd beschouwd. Dit betekent dat het relief daarom is opgevat als een facultatieve vereenvoudiging, niet als een vermoeden dat de impact immaterieel is.
2.3. Wat als bestaande targets gebaseerd zijn op een bredere perimeter dan de nieuwe metric-scope?
Dat kan het geval zijn. Indien een onderneming in eerdere rapporteringen emissies of milieu-gerelateerde data van joint operations opnam in haar doelstellingen, maar onder de simplified ESRS gebruik maakt van de vrijstelling voorzien in paragraaf 93, kan er een verschil ontstaan tussen de historische target-perimeter en de nieuwe metric-scope. In dat geval moet de onderneming duidelijk toelichten dat een wijziging in de scope van de metric heeft plaatsgevonden.
Interpretatie: mogelijke spanning tussen paragrafen 61 en 93
De combinatie van paragrafen 61 en 93 kan in de praktijk leiden tot een spanningsveld tussen de algemene rapporteringsgrenzen en de scope van bepaalde kwantitatieve milieu-indicatoren die door de vennootschap dienen gerapporteerd te worden (in relatie tot materiële IROs). Paragraaf 61 legt immers het principe vast dat de duurzaamheidsinformatie betrekking heeft op dezelfde rapporteringsscope als de financiële staten. Hierdoor worden joint operations die via de financiële rapportering worden weerspiegeld, in beginsel als onderdeel van de 'own operations' beschouwd.
Paragraaf 93 introduceert echter een specifieke uitzondering voor milieu metrics onder ESRS E2, E3, E4 en E5 wanneer de onderneming geen operationele controle heeft over een JO. In dat geval kan de activiteit van die JO uit de berekeningsscope van de betrokken metrics worden gelaten, hoewel zij nog steeds deel zal uitmaken van de algemene rapporteringsscope. Dit kan leiden tot een situatie waarbij de entiteit wel binnen de algemene rapporteringsscope valt, maar niet wordt meegenomen in de berekening van bepaalde metrics voor IROs die door de groep als materieel worden beschouwd (en als deze IROs betrekking hebben op één of meerdere van de standaarden ESRS E2, E3, E4, of E5, dus de vennootschap ook verplicht bepaalde kwantitatieve gegevens, metrics, te rapporteren).
De Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) heeft in haar publieke opinie van februari 2026 over de vereenvoudigde ESRS opgemerkt dat dergelijke reliefs een mogelijke disconnect kunnen creëren tussen de rapporteringscope van de financiële rapportering en de berekeningsscope van bepaalde duurzaamheidsmetrics. ESMA waarschuwt dat ondernemingen zorgvuldig dienen te beoordelen of de uitsluiting van activiteiten onder paragraaf 93 nog steeds een getrouw beeld ('fair presentation') geeft van de materiële IROs van de onderneming.
Illustratief voorbeeld
Een groep actief in de chemische sector participeert in een JO voor afval- en waterbehandeling in een industriële haven. Het betreft een installatie (een actief) dat industriële afvalstromen van verschillende chemische producenten in het havengebied verwerkt. De groep rapporteert voor financiële rapporteringsdoeleinden onder IFRS. De chemische groep heeft een economisch belang van 30 % in deze gezamenlijke bedrijfsactiviteit. De operationele exploitatie van de installatie, inclusief de milieuvergunningen, het operationeel beheer en de monitoring van emissies, wordt echter uitgevoerd door een andere partner die de rol van operator vervult.
In de dubbele materialiteitsanalyse onder ESRS 1 heeft de groep drie materiële IRO’s geïdentificeerd die gelinkt zijn aan de volgende standaarden: een vervuilingsrisico onder ESRS E2, watergebruik en lozingen onder ESRS E3, en een circulariteitsrisico onder ESRS E5.
Volgens paragraaf 61 en AR 35 van paragraaf 62 van de vereenvoudigde ESRS, is deze JO onderdeel van de algemene rapporteringsgrenzen van de groep en dus van de scope van de duurzaamheidsinformatie. De onderneming heeft echter geen operationele controle over de installatie van de JO. Op basis van paragraaf 93 kan zij daarom beslissen om de JO uit de berekeningsscope te laten van de te rapporteren E2-, E3- en E5-metrics.
Als uitleg rapporteert de chemische groep dat de participatie in de installatie nog relatief recent is, dat de installatie zelf ook recent is, en dat ze met de operator en de andere partners samenwerkt om de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van milieu- en emissiegegevens voor deze installatie te verbeteren. Dit wordt verwacht in de toekomst waarbij voldoende betrouwbare gegevens beschikbaar zullen komen en waarbij de chemische groep zal beoordelen of opname van deze activiteiten in de betrokken metrics aangewezen is.
De chemische groep heeft tevens beoordeeld of de uitsluiting van deze JO een materiële impact heeft op de interpretatie van de gerapporteerde metrics en heeft geconcludeerd dat de betrokken activiteiten momenteel niet materieel zijn voor deze metrics.
Een gezamenlijke overeenkomst of JO kan dus tegelijkertijd binnen de algemene rapporteringscope vallen van de duurzaamheidsinformatie (op basis van paragraaf 61 en AR 35 bij paragraaf 62), maar in bepaalde gevallen (geen operationele controle), toch buiten de berekeningsscope van bepaalde milieu-gerelateerde prestatie-indicatoren vallen wanneer de vrijstelling zoals voorzien in paragraaf 93 van ontwerp vereenvoudigde ESRS 1 wordt toegepast.
Het is duidelijk dat ondernemingen wel omzichtig dienen te zijn in zulk scenario en de uitleg die ze geven hiervoor, aannemelijk dient te zijn, en geen afbreuk mag doen aan het getrouwe beeld van de te rapporteren indicatoren (metrics) die een weerspiegeling zijn van de voortgang van de materiële IROs.
De analyses kunnen een verschillende uitkomst hebben naargelang het financieel rapporteringsstelsel dat wordt toegepast in hoofde van de consoliderende entiteit.
[1] Voorbeeld IFRS versus BE-GAAP waarbij deze laatste de notie van gemeenschappelijke bedrijfsactiviteiten niet specifiek behandelt.