Artikel 6, § 1, tweede lid, 2° van de gecoördineerde wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor stipuleert dat:
“[De hoedanigheid van bedrijfsrevisor wordt door de Raad toegekend aan iedere rechtspersoon of een andere entiteit met om het even welke rechtsvorm, met zetel in een Lidstaat van de Europese Unie, die de volgende voorwaarden vervult:]
(…)
2° de meerderheid van de stemrechten is in het bezit van auditkantoren en/of van wettelijke auditors;”.
In casu dient de bedrijfsrevisor ten allen tijde de meerderheid van de stemrechten van de aandelen te bezitten.
Indien de stemrechten zouden worden toegewezen aan de vruchtgebruiker/bedrijfsrevisor via een statutenwijziging, ziet het ICCI geen bezwaar omtrent de voorgestelde situatie.