In artikel 618 staat dat de uitkering slechts kan gebeuren vanaf de zevende maand na afsluiting van het voorgaande boekjaar.
Als antwoord op de vraag kan het ICCI mededelen dat er binnen de rechtsleer doorgaans wordt van uitgegaan dat een vennootschap inderdaad reeds in de loop van haar eerste boekjaar na oprichting kan overgaan tot de uitkering van een interimdividend . In voetnoot 5 van het CBN-advies 2009/1 wordt deze mogelijkheid eveneens vermeld.
De vaststelling dat er in die hypothese geen “voorgaand boekjaar” bestaat dat reeds minimaal zes maanden is afgesloten of waarvan de jaarrekening reeds is goedgekeurd, zoals gestipuleerd in de voorwaarde uit artikel 618, vijfde lid van het Wetboek van vennootschappen, belet de uitkering van een interimdividend niet. Artikel 618, vijfde lid van het Wetboek van vennootschappen legt niet op dat er reeds een vorig boekjaar is verstreken, maar voorziet enkel dat, in de hypothese dat er reeds een vorig boekjaar zou verstreken zijn, aan bepaalde voorwaarden moet worden voldaan .
Wel moet de vereiste van een termijn van zes maanden na afsluiting van het vorige boekjaar analoog worden toegepast en lijkt te moeten worden aangenomen dat een eerste interimdividend ten vroegste zes maanden na de oprichting kan worden uitgekeerd .