2 juillet 2015

Graag verneemt men het standpunt van het ICCI in verband met de hieronder vermelde situatie.

 

Sinds 1 februari 2013 werkt men als bediende in een niet revisoren vennootschap en aldus heeft men zich conform artikel 13, § 2 van de wet van 22 juli 1953 als “tijdelijk verhinderd om wettelijke controles uit te voeren” gemeld.


De werkgever vraagt om een functie op te nemen als lid van de Raad van Commissarissen in een Nederlandse vennootschap. Dergelijk orgaan bestaat niet in België en daarom de vraag of het opnemen van dergelijke functie een onverenigbaarheid zou betekenen met de titel van bedrijfsrevisor.


Een bedrijfsrevisor natuurlijke persoon die zich in één van de omstandigheden bevindt opgesomd in artikel 13, § 2 van de gecoördineerde wet van 22 juli 1953 is daardoor tijdelijk verhinderd om revisorale opdrachten uit te voeren (maar niet om de titel van bedrijfsrevisor te voeren).

 

Aangezien men zich reeds heeft gemeld als tijdelijk verhinderd om wettelijke controles uit te voeren, is het ICCI van oordeel dat het opnemen van de functie van lid van de Raad van Commissarissen in een Nederlandse vennootschap geen onverenigbaarheid zou betekenen met de titel van bedrijfsrevisor.

 

Ten slotte wenst het ICCI nog mee te geven dat bedrijfsrevisoren, die in één van de omstandigheden verkeren zoals opgesomd in artikel 13, § 2 van de gecoördineerde wet van 1953, weliswaar verhinderd zijn om revisorale opdrachten uit te voeren, doch verplicht blijven de algemene deontologische beginselen na te komen (waardigheid, rechtschapenheid, voorzichtigheid en kiesheid) [1]. Tijdelijk verhinderde bedrijfsrevisoren dienen eveneens de vereisten van ons beroep qua permanente vorming na te leven.


[1] IBR, Vademecum Deel I: Rechtsleer, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, 2009, p. 45; IBR, Mededeling aan de leden inzake de omzetting van de Europese Richtlijn van 17 mei 2006 – De belangrijkste hervorming van het beroep sedert 1985, 27 april 2007, p. 18.