21 janvier 2014
Als bedrijfsauditor helpt men de raad van bestuur of ondernemers om fraude binnen de onderneming op te sporen en een auditrapport op te stellen. Steeds meer en meer krijgt men de vraag van ondernemers om een audit uit te voeren bij het overnemen van een onderneming, waarbij men soms de hulp van een bedrijfsrevisor nodig heeft om bv. een waardebepaling te kunnen uitvoeren.
Het ICCI kan meedelen dat het niet verplicht is om een vennootschap op te richten wanneer een niet‑bedrijfsrevisor wenst samen te werken met een bedrijfsrevisor, uitgaande van de hypothese dat deze samenwerking niet indruist tegen het beroep van bedrijfsrevisor en haar deontologie.
Indien een niet-bedrijfsrevisor wenst samen te werken met een bedrijfsrevisor, en deze samenwerking niet indruist tegen het beroep van bedrijfsrevisor en haar deontologie, is het aan te bevelen dat een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst wordt opgesteld tussen beide partijen. Op deze manier wordt een bewijskrachtig document bekomen betreffende deze verbintenis tot samenwerking.
Wel brengt de samenwerking op zich verscheidene gevolgen met zich mee voor de bedrijfsrevisor indien deze samenwerking wordt gekwalificeerd als een “beroepshalve samenwerkingsverband” in de zin van artikel 183quinquies van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen, of indien de samenwerking als gevolg heeft dat de bedrijfsrevisor behoort tot een “netwerk” zoals gedefinieerd in artikel 2, 8° van de gecoördineerde wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor. Voor meer informatie hieromtrent verwijzen wij naar IBR, Vademecum Deel I: Rechtsleer, 2009, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, p. 60-68.