16 juillet 2021

Een verslag van inbreng in natura bij een geruisloze partiële splitsing moet worden opgesteld. Wat is de formulering van het besluit van de bedrijfsrevisor in dit kader?

  1. De volgende situatie wordt beschreven:

     

    Ik verwijs naar het ICCI-advies van 20/8/2020 inzake de verplichting van een verslag van inbreng in natura bij een geruisloze partiële splitsing. Kan het ICCI advies geven omtrent de formulering van het besluit van de bedrijfsrevisor in dit kader? Artikel 7:197 WVV stelt namelijk dat het verslag van de bedrijfsrevisor dient aan te geven of de waardebepalingen van de inbreng ten minste overeenkomen met het aantal en de nominale waarde of fractiewaarde van de tegen de inbreng uit te geven aandelen. Aangezien er bij een geruisloze partiële splitsing geen kapitaalverhoging is en evenmin nieuwe aandelen worden uitgegeven, hadden we graag advies omtrent het te formuleren besluit dat tegemoetkomt aan de vereisten van artikel 7:197 WVV.”

     

    Als antwoord [1] ) op deze vraag, kan het ICCI eerst meedelen dat, overeenkomstig artikel 12:8, 2° WVV het duidelijk is dat een geruisloze partiële splitsing [2] ) door de wetgever wordt gelijkgesteld met een gewone splitsing. Bevestiging hiervan wordt gegeven in de memorie van toelichting bij het WVV [3] ).

     

    De verslagverplichting bij een inbreng in natura is van toepassing indien alle aandeelhouders en houders van andere stemrechtverlenende effecten in elke bij de partiële splitsing betrokken vennootschap hebben beslist om aan de controleverslagen (bestuursverslag en verslag van de commissaris) te verzaken (art. 12:62, § 1, laatste lid WVV).

     

    Vervolgens wenst het ICCI te verduidelijken dat er op heden geen wettekst bestaat die aangeeft dat de rapporteringsvereisten van inbreng natura niet zouden herleven in het specifieke geval [4] ) bij geruisloze (partiële) splitsingen, terwijl er wel een expliciete wettekst hieromtrent bestaat bij geruisloze fusies ( art. 12:53, § 2 WVV) ( [5] ). Bevestiging hiervan is ook te vinden in de rechtsleer [6] ).

     

    Het ICCI kan niettemin bevestigen dat een revisoraal verslag over de inbreng in natura in toepassing van artikel 12:62 WVV bij een geruisloze (partiële) splitsing geen praktisch nut heeft omdat er in casu geen kapitaalverhoging plaatsvindt in de verkrijgende vennootschap en dat de rechten van derden (bijv. schuldeisers ter vrijwaring van het kapitaal van de NV) hierdoor ook niet kunnen worden geschaad. In tegenstelling tot de geruisloze fusie is er evemin in een vereenvoudigde procedure voorzien op grond waarvan er geen bestuurs- en controleverslag is vereist.

     

    Een wetgevend optreden lijkt het ICCI derhalve aangewezen, maar tot zolang kan het ICCI niet anders dan te stellen dat er nog steeds een revisoraal verslag over de inbreng in natura bij een geruisloze (partiële) splitsing dient te worden opgesteld.

     

  2. Wat betreft het formuleren van een besluit in voorliggend geval dat tegemoetkomt aan de vereisten van artikel 7:197 WVV, verwijst het ICCI naar de recent goedgekeurde en inwerking getreden IBR-norm inzake de opdracht van de bedrijfsrevisor in het kader van een inbreng in natura en quasi-inbreng (BS 26 mei 2021) [7] ), en meer specifiek naar punt VIII.1.

 

In het voorliggend geval lijkt het het ICCI dan ook logisch dat de bedrijfsrevisor het getrouw en afdoende karakter van de verstrekte informatie van de verrichting positief zal kunnen beoordelen en een conclusie kan vormen over het geheel van de bestanddelen van de inbreng in natura in het raam van de voorgenomen verrichting. De verstrekte informatie moet voldoende zijn om de gebruikelijke goede huisvader toe te laten zich een oordeel te vormen over de voorwaarden van de verrichting.

 


[1] ) Cf. voor een analoog ICCI-advies:

[2] ) D.i.: “de rechtshandeling waarbij een deel van het vermogen van een vennootschap, zowel de rechten als de verplichtingen, zonder ontbinding overgaat op een andere vennootschap die reeds al haar aandelen en andere stemrechtverlenende effecten bezit” (art. 12:8, 2° WVV).

[3] ) MvT wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen, Parl.St. Kamer, 2017-18, nr. 3119/001, p. 300:

Ten slotte kan een partiële splitsing gebeuren ten gunste van een vennootschap die reeds aandelen van de gesplitste vennootschap houdt. In dat geval vindt er, overeenkomstig artikel 12:71, § 2, 1°, geen omruiling plaats van aandelen van een verkrijgende vennootschap tegen aandelen van de gesplitste vennootschap die de verkrijgende vennootschap houdt. Indien de verkrijgende vennootschap alle aandelen van de partieel gesplitste vennootschap houdt, rijst de vraag of het mogelijk is de verrichting gelijk te stellen met een splitsing in het kader van artikel 12:8, aangezien geen uitgifte van aandelen van de verkrijgende vennootschap plaats vindt. Om dat probleem te verhelpen, wordt voorgesteld die verrichting – die een soort geruisloze partiële splitsing vormt – eveneens gelijk te stellen met een splitsing. In dat geval zijn de regels van de splitsing over de uitgifte en de toewijzing van de aandelen van de verkrijgende vennootschap uiteraard niet van toepassing.”.

[4] ) D.i. indien alle aandeelhouders en houders van andere stemrechtverlenende effecten in elke bij de geruisloze partiële splitsing betrokken vennootschap hebben beslist om aan de controleverslagen (bestuursverslag en verslag van de commissaris) te verzaken.

[5] )  IBR-Mededeling 2020/13 omtrent “de reparaties” aan het WVV door de wet van 28 april 2020, p. 7, punt 22, laatste lid: https://www.ibr-ire.be/docs/default-source/nl/Documents/regelgeving-en-publicaties/rechtsleer/mededelingen/2020-13-Mededeling-Reparatiewet-20200428-WVV.pdf

[6] ) F. Dobbelaere, “Herstructureringen van vennootschappen, verenigingen en stichtingen onder het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen Een bespreking van de nieuwe regels voorzien bij Boek 12 en Boek 13”, TBH 2018-19, p. 1191, nr. 39-40:

(...) Omdat geen nieuwe aandelen in de verkrijgende vennootschap worden uitgegeven, wordt wat betreft de geruisloze fusie voorzien dat geen bijzonder verslag van het bestuursorgaan (gelijkaardig aan het verslag voorzien door het art. 12:61 WVV wat betreft splitsingen) noch een verslag van de commissaris of, bij gebreke daarvan, een bedrijfsrevisor aangaande dit fusieverslag (gelijkaardig aan het verslag voorzien door het art. 12:62 WVV wat betreft splitsingen) vereist is. Dit is logisch aangezien dergelijk verslagen in hoofdzaak betrekking hebben op de waardering en ruilverhouding van toepassing op de fusie en splitsing. Deze waardering en ruilverhouding zijn in het kader van de geruisloze fusie en splitsing niet relevant aangezien geen aandelenruil plaatsvindt. Bovendien vindt geen kapitaalverhoging plaats in de verkrijgende vennootschap, waardoor ook de verwijzing in artikel 12:62 WVV naar de herleving van de verslaggeving aangaande de inbreng in natura zoals voorzien bij artikel 7:197 WVV zonder voorwerp blijft bij de kapitaalvennootschappen. Er wordt verwezen naar I., C., 1., a), 7) wat betreft de besloten vennootschap.

 

Het is verwonderlijk dat de wetgever in het kader van de geruisloze splitsing geen afzonderlijke vereenvoudigde procedure heeft voorzien, te meer daar in het wetsvoorstel van 2012 wel in een vereenvoudigde procedure werd voorzien.

 

40. Aangezien de geruisloze splitsing in artikel 12:8, 2° WVV wordt gelijkgesteld aan de gewone splitsing, dient, net als bij de partiële splitsing, de gewone splitsingsprocedure zoals voorzien bij artikelen 12:59 WVV et seq. te worden toegepast. (...)”.

[7] ) norm is inwerking getreden op 26 juni 2021, hetzij een maand na de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad van het bericht tot goedkeuring door de minister die bevoegd is voor Economie (26 mei 2021). Vanaf deze datum werden de normen inzake de conrole van inbreng in natura en quasi-inbreng (1 april 2002) opgeheven.