26 février 2026

Samenvatting:
Een dossier van de werkzaamheden, ook in het kader van eenmalige opdrachten, wordt niet enkel gebaseerd op één type bewijs (i.c. CODA/ISABEL afschriften), maar vereist een passend coherent geheel van bewijsmateriaal aangepast aan de specifieke context. De algemene principes van ISA 500 kunnen als referentiepunt worden beschouwd voor wat betreft de bepaling van “controle-informatie”.

De diverse soorten informatie en de bronnen van de informatie hebben een verschillende graad van kwaliteit, betrouwbaarheid en relevantie. De beroepsbeoefenaar houdt hiermee rekening voor de onderbouw van zijn oordeel of conclusie. A priori geldt er geen beperking op de bewijskracht van een CODA‑ of Isabel‑bankafschrift. De geschiktheid ervan moet echter telkens worden beoordeeld in functie van het doel en de criteria van de specifieke procedure dewelke de beroepsbeoefenaar met toepassing van zijn “professional judgement”, heeft bepaald. De beroepsbeoefenaar evalueert de relevantie en betrouwbaarheid van de informatie om te komen tot de conclusies.

 

Résumé:
Un dossier de travail, en ce compris pour ce qui concerne les missions ponctuelles, ne repose pas uniquement sur un seul type de preuve (en l’occurrence des extraits CODA/ISABEL), mais requiert un ensemble cohérent et approprié d’éléments probants, adapté au contexte spécifique. Les principes généraux de l’ISA 500 peuvent servir de point d’ancrage pour ce qui concerne la définition des « éléments probants ».

Les différents types d’informations et leurs sources présentent des degrés variés de qualité, de fiabilité et de pertinence. Le professionnel en tient compte pour étayer son jugement ou sa conclusion. A priori, il n’existe toutefois aucune limitation quant à la force probante d’un extrait bancaire CODA ou Isabel. Son adéquation doit en revanche être évaluée en fonction de l’objectif et des exigences de la procédure suivie, que le professionnel a déterminée en appliquant son “professional judgement”. Le professionnel évalue la pertinence et la fiabilité des informations afin d’aboutir à ses conclusions.


  NL FR
Sleutelwoord 1 Financiële en boekhoudkundige gegevensDonnées financières et comptables

 

Tekst

  1. De volgende vraag wordt gesteld:

« In het kader van éénmalige opdrachten, alsook mandaat commissaris, worden er tegenwoordig vaak afschriften aangeleverd uit CODA of ISABEL. Deze documenten vermelden steeds dat dit geen officieel bankuittreksel is aldus wordt er gevraagd om de officiële afschriften aan te leveren uit het bankportaal.

Het spreekt voor zich dat het inderdaad geen officieel bankstuk (rechtstreeks) van de bank is, maar de vraag is of dat er effectief niet kan worden verder gebouwd op ISABEL / CODA of dat deze wel als officiële stukken mogen worden aanzien bij een revisorale controle gelet op het feit dat deze wel direct gelinkt zijn aan de bankapplicaties? »

 

  1. Een CODA-bestand is een elektronisch bankrekeningafschrift in een gestructureerde, gecodeerde weergave van papieren rekeninguittreksels en de bijhorende bijlagen. Het is ontwikkeld als Belgische standaard voor elektronische bankrapporten volgens de Febelfin-normen en bedoeld om rechtstreeks in boekhoud- of ERP-software te worden verwerkt.[1]

    ISABEL is een multibanking-platform dat onder meer deze CODA-bankafschriften kan ophalen en ter beschikking stelt zodat ze automatisch in accounting-systemen geladen worden.[2]

     

  2. Voor het specifiek aspect van de beoordeling van informatiebronnen, en in het kader van deze vraagstelling (eenmalige opdrachten en commissarismandaat), wordt verwezen naar ISA 500[3]. Het ICCI is van mening dat de algemene principes van ISA 500 zeer nuttig (proportioneel) van toepassing zijn op beoordelingsopdrachten dewelke voortvloeien uit het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (de zgn. “éénmalige opdrachten” in de vraagstelling). Overeenkomstig ISA 500 wordt “controle-informatie” gedefinieerd als “Informatie die door de auditor wordt gebruikt om te komen tot de conclusies waarop hij zijn oordeel baseert.[4] Hierna hanteren we het begrip “controle-informatie” voor elke onderbouwende informatie in het kader van een controle-opdracht en/of in het kader van een beoordelingsopdracht. Controle-informatie omvat zowel in de administratieve vastleggingen opgenomen informatie die aan de financiële overzichten ten grondslag ligt, als informatie verkregen uit andere bronnen”.[5] Controle-informatie betreft aldus niet noodzakelijk “officiële stukken” zoals vermeld in de vraagstelling.

    Bij het opzetten en uitvoeren van controlewerkzaamheden dient de auditor te overwegen met toepassing van zijn professionele inschatting (“professional judgement”) in welke mate de informatie die als controle-informatie zal worden gebruikt, relevant en betrouwbaar is, inclusief informatie verkregen van een externe informatiebron.[6]

     

    De definitie van “controle-informatie” omvat verschillende kernaspecten:

    -          de relevantie en betrouwbaarheid van de informatie: relevantie heeft betrekking op de logische samenhang met, of invloed op het doel van de controlemaatregel en, in voorkomend geval, de betreffende bewering.[7] De betrouwbaarheid van informatie die als controle-informatie zal worden gebruikt, en dus ook van controle-informatie zelf, wordt beïnvloed door de bron en de aard daarvan, alsmede door de omstandigheden waaronder zij is verkregen, met inbegrip van de interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot het opstellen en onderhouden van die informatie indien relevant.[8]

    -          de bron van informatie: de bron van informatie, of die nu intern of extern is, heeft een impact op de betrouwbaarheid van de informatie.

    Het ICCI benadrukt de beoordeling van de kwaliteit van de controle-informatie in functie van de doelstelling van de opgezette procedure van de beroepsbeoefenaar.

     

  3. In het licht van de hierboven vermelde elementen lijkt het erop dat controle-informatie meer betrouwbaar wordt geacht wanneer zij afkomstig is uit externe bronnen, zoals het in casu het geval is.[9] Echter kan intern gegenereerde controle-informatie een hoge betrouwbaarheid bereiken wanneer beheersingsmaatregelen, met inbegrip van die welke betrekking hebben op het opstellen en onderhouden van die informatie, effectief zijn.[10]

     

  4. In het algemeen is het oordeel van het ICCI dat er geen “one size fits all” antwoord is: uiteindelijk gaat het om een beoordeling per geval. Elke bedrijfsrevisor dient zijn professional judgement te gebruiken om relevantie, volledigheid en nuttigheid van de audit evidence te evalueren.

    Een controledossier of een werkdossier, afhankelijk van de opdracht die aan de bedrijfsrevisor toegekend is, vereist een passend coherent geheel van bewijsmateriaal aangepast aan de specifieke context.

    A priori geldt er geen beperking op de bewijskracht van een CODA‑ of Isabel‑bankafschrift. De geschiktheid ervan moet echter telkens worden beoordeeld in functie van de doelstelling en de criteria van de specifieke procedure.


    [1] Een CODA‑bestand: wat is het en waarvoor kan je het gebruiken? | Febelfin

    [2] https://www.isabel.eu/nl/products/isabel-6

    [3] Dit wilt niet zeggen niet dat ISA 500 van toepassing is op alle eenmalige opdrachten voor andere aspecten dan de beoordeling van informatiebronnen.

    [4] Voor verdere informatie over dit onderwerp verwijzen wij u graag naar onze website (ISAs): Tabel van de in België van toepassing zijnde internationale standaarden.

    [5] ISA 500, §5 (c).

    [6] ISA 500, §7.

    [7] ISA 500, §A31.

    [8] ISA 500, §A35.

    [9] Zie ISA 505.

    [10] ISA 500, §A35.