5 janvier 2021

 Moet de commissaris, na de sociale verkiezingen van 2020 waarbij een vennootschap nog steeds een personeelsbestand heeft tussen 50 en 100 werknemers, nog steeds de basisinformatie en jaarinformatie attesteren ten behoeve van de leden van het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) die in de periode 2016-2020 de functie van de ondernemingsraad overnam of komt dit te vervallen omdat de drempel van 100 werknemers twee keer niet werd overschreden (nl. in 2016 en opnieuw in 2020)?

 

  1. De volgende situatie wordt beschreven:

     

    Een vennootschap heeft momenteel een personeelsbestand dat hoger is dan 50 maar lager dan 100.

     

    In het verleden (in de periode reeds voorafgaand aan de vorige sociale verkiezingen van 2016) was het personeelsbestand hoger dan 100 en was een ondernemingsraad in functie.

     

    In de periode 2016-2020 werd de basisinformatie en de jaarlijkse informatie geattesteerd en toegelicht door de commissaris aan de leden van het CPBW die de functie van de ondernemingsraad overnam.

     

    Vraag : verandert deze situatie na de sociale verkiezingen van 2020 waarbij er nog steeds een personeelsbestand is tussen 50 en 100 werknemers. Moet de commissaris nog steeds de basisinformatie en jaarinformatie attesteren ten behoeve van de leden van het CPBW of komt dit te vervallen omdat de drempel van 100 werknemers twee keer niet werd overschreden (nl in 2016 en opnieuw in 2020).

     

    Op basis van de uiteenzetting op pag 25 van de ICCI publicatie 'De rol van de revisor ten opzichte van de ondernemingsraad' nr 2010-2 begrijpen wij dat dit niet zou veranderen (par 74 ) maar de vennootschap is een andere mening toegedaan.

     

  2. Om deze vraag te beantwoorden verwijst het ICCI naar artikel 3, tweede en vijfde lid van de wet van
    4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, dat het volgende bepaalt:

     

    (…) In afwijking van artikel 14, § 1, eerste lid, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven en voor de periode van sociale verkiezingen bedoeld in artikel 9, moeten ondernemingsraden pas worden ingesteld in de ondernemingen die gewoonlijk, een gemiddelde van ten minste honderd werknemers tewerkstellen. (…)

     

    In afwijking van het tweede lid moet een ondernemingsraad vernieuwd worden in de ondernemingen die gewoonlijk een gemiddelde van ten minste vijftig werknemers tewerkstellen, als zij een raad hebben of hadden moeten instellen of vernieuwen gedurende de vorige verkiezingsperiode. In dat geval is artikel 18, derde lid, van de voornoemde wet van 20 september 1948 van toepassing.

     

    Artikel 18, derde lid van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven voorziet dat:

     

    (…) In de ondernemingen die minder dan 100 werknemers tewerkstellen, moeten de leden van de ondernemingsraad niet worden verkozen alhoewel de vernieuwing ervan vereist is. Hun mandaat wordt uitgeoefend door de afgevaardigden van het personeel verkozen voor het comité voor preventie en bescherming op het werk. (…)”.

     

  3. Gelet op het voorgaande, kan het ICCI de oplossing voorgesteld in randnummer 74 van de ICCI -publicatie nr. 2010/2 “De rol van de revisor ten opzichte van de ondernemingsraad”, p. 25 ( [1] ) bevestigen. De ondernemingsraad blijft bestaan voor zolang het aantal werknemers niet onder vijftig komt. Hoewel het mandaat van de leden van de ondernemingsraad wordt uitgeoefend door de in het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) gekozen personeelsafgevaardigde, blijft de ondernemingsraad functioneren als een volledig orgaan. Het behoudt zijn eigen bevoegdheden, zijn eigen structuur en zijn eigen functioneringsregels.

     

  4. Bijgevolg is het ICCI van oordeel dat de commissaris inderdaad de basisinformatie en de jaarlijkse informatie moet attesteren en toelichten aan de ondernemingsraad, die uit de afgevaardigden van het personeel verkozen voor het CPBW is samengesteld.