29 mai 2017

Bedrijfsrevisor A koopt alle aandelen van Accountancykantoor B. Bedrijfsrevisor A voert taken uit als commissaris-revisor bij klant van Accountancykantoor B.
Mag bedrijfsrevisor A de enige zaakvoerder zijn bij het accountancykantoor of mag dit deontologisch niet?

  1. Bij het antwoorden op de vraag gaat het ICCI wij uit van de hypothese:

    (i)                 dat accountancykantoor B een vennootschap is die is ingeschreven in de deellijst van de accountants van het tableau van de leden van het IAB en die de traditionele werkzaamheden van boekhoudkundige expertise uitvoert die de externe accountant toebehoren [1] , alsook

    (ii)               dat bedrijfsrevisor A niet gelijktijdig is ingeschreven in het openbaar register van de bedrijfsrevisoren en op de ledenlijst van het IAB (geen dubbele erkenning IBR/IAB).
  2. Met betrekking tot de mogelijkheid om als bedrijfsrevisor de enige zaakvoerder te zijn van een accountantskantoor met de hierboven aangegeven karakteristieken, is het antwoord duidelijk neen. Krachtens artikel 6, § 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten is het voor een accountantskantoor immers steeds vereist dat de meerderheid van de stemrechten dienen te worden gehouden door accountants en/of belastingconsulenten die lid zijn van het IAB (5°); en de meerderheid van de leden van het bestuursorgaan van een accountancykantoor accountant en/of belastingconsulent dienen te zijn, ingeschreven op de deellijst van de externe leden van het IAB (7°, eerste lid).
  3. Volledigheidshalve wenst het ICCI nog mee te geven dat bedrijfsrevisor A geen commissaris mag zijn van de vennootschappen waarvan de boekhouding wordt gevoerd door accountancykantoor B dat hij volledig heeft gekocht (art. 183ter, 2° koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen). Het feit dat bedrijfsrevisor A al dan niet zaakvoerder wordt van accountancykantoor B verandert niets.
  4. Daarnaast dienen de deontologische vereisten die gelden voor elk van de geviseerde beroepen steeds onverkort te worden nageleefd, alsook voor commissarisopdrachten de algemene onafhankelijkheidsbeginselen opgenomen in het Wetboek van vennootschappen en de wet van 7 december 2016.


[1] Cf. art. 34 wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen.