Bewaringstermijn van de werkdocumenten van de bedrijfsrevisor 

Publicatiedatum:  22/08/2011 
Dient het deskundig verslag, revisoraal verslag of verslag met betrekking tot oprichting, ontbinding, fusie, vereffening, onderzoek, enz.) inclusief/exclusief de stukken gedurende een periode van 5 of 10 jaar worden bewaard?
 

Eerst wenst het ICCI graag te vermelden dat deze vraag kadert binnen een groter geheel die de bewaringstermijn van de werkdocumenten van de bedrijfsrevisor behelst. Werkdocumenten betreffen in de praktijk inderdaad de interne documenten (persoonlijke notities en stukken van de bedrijfsrevisor om te komen tot het verslag in casu) en de documenten van de klant (notulen, ontwerpjaarrekening, statuten, enz.).

 

In dit verband verwijst het ICCI naar het advies van de Raad van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR) die hernomen is in Vademecum, Deel I: Rechtsleer (Brussel, Standaard Uitgeverij, 2009, p. 616-617).

 

Artikel 17, tweede lid van het koninklijk besluit van 10 januari 1994 betreffende de plichten van de bedrijfsrevisoren (BS 18 januari 1994) stelt:  De werkdocumenten dienen door de bedrijfsrevisor die de opdracht heeft uitgevoerd, te worden bewaard gedurende een periode van vijf jaar, vanaf de datum van het verslag dat op basis van de werkdocumenten werd opgesteld.”.

 

Punt 2.2. van de Algemene controlenormen, die op 15 december 2006 zijn gewijzigd, bepaalt evenwel dat de bedrijfsrevisor zijn werkdocumenten gedurende tien jaar dient te bewaren.

 

Rekening houdend met deze tegenstelling en na advies van de Juridische Commissie acht de Raad van het Instituut het zinvol om eerst de termijn van vijf jaar te overwegen, te tellen vanaf de datum van het verslag, gezien de juridische reikwijdte van een koninklijk besluit groter is dan deze van een norm uitgevaardigd door het IBR. Deze hiërarchische relatie tussen de hierboven vermelde bepalingen leiden er echter niet toe dat de Raad zou besluiten dat de Algemene controlenormen zouden moeten worden aangepast.

 

Er mag inderdaad niet uit het oog worden verloren dat in bepaalde gevallen een langere bewaringstermijn kan worden opgegeven. In dit verband dient te worden herinnerd aan artikel 198, § 1 van het Wetboek van vennootschappen, waarin gesteld wordt dat na verloop van vijf jaren de rechtsvorderingen verjaren tegen commissarissen “(…) wegens verrichtingen in verband met hun taak, (…), te rekenen van de ontdekking”. Hier kan worden vastgesteld dat meestal de datum van de algemene vergadering wordt vooropgesteld als beginpunt voor de termijn van vijf jaren.

 

Verder dient te worden gewezen op artikel 2276ter, § 1, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek in verband met de beroepsaansprakelijkheid van deskundigen: “Deskundigen zijn ontlast van hun beroepsaansprakelijkheid en zijn niet meer verantwoordelijk voor de bewaring van de stukken tien jaar na het beëindigen van hun taak of, als deze hen krachtens de wet werd opgedragen, vijf jaar na de indiening van hun verslag.”.

 

Gelet op hetgeen voorafgaat, komt het ICCI tot het besluit dat de bedrijfsrevisor, vanuit deontologisch standpunt, niet verplicht is om zijn werkdocumenten langer dan vijf jaar na de datum van het verslag bij te houden; vanuit het oogpunt van zijn beroepsaansprakelijkheid kan het wel in zijn belang zijn om de werkdocumenten langer bij te houden.

 

De bedrijfsrevisor dient inderdaad terdege rekening te houden met het feit dat het niet uitgesloten is dat zijn beroepsaansprakelijkheid in het gedrang wordt gebracht na een periode van vijf jaar: in een zogenaamde niet-wettelijke opdracht verjaart zijn aansprakelijkheid, overeenkomstig bovenvermeld artikel 2276ter, § 1 van het Burgerlijk Wetboek, pas na 10 jaar.

 

Met andere woorden het kan gevaarlijk zijn om enkel rekening te houden met de deontologische verplichting met betrekking tot de minimale bewaringstermijn van werkdocumenten.

Hoewel het Informatiecentrum voor het Bedrijfsrevisoraat (ICCI) met de grootste zorgvuldigheid de ontvangen vragen behandelt en hiervoor beroep doet op personen met de vereiste bekwaamheden, wordt ten aanzien van de antwoorden geen enkele garantie geboden en draagt het geen enkele contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid voor de eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit feitelijke of juridische vergissingen die werden begaan in het kader van de verstrekte antwoorden en informatie. Het antwoord wordt alleen in de taal van de vraagsteller overgenomen. De lezer en in het algemeen de gebruiker van dit antwoord blijft als enige verantwoordelijk voor het gebruik daarvan
ICCI Private Stichting naar Belgisch recht Emile Jacqmainlaan 135, 1000 Brussel Abonneer op e-zine Privacy verklaring