Arrest Hof van Beroep Gent 2017/EV/21 

Thema: Bedrijfsrevisor > opdrachten
Publicatiedatum:  15/12/2017 

Art. 23, §1 WCO bepaalt dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie wordt geopend zodra de continuïteit van de onderneming, onmiddellijk of op termijn, bedreigd is en het in art. 17 WCO bedoelde verzoekschrift is neergelegd.

 

Waar de rechtbank blijkens de uitdrukkelijke wil van de wetgever thans niet meer geroepen is om de bedrijfseconomische opportuniteit van een gerechtelijke reorganisatie ten gronde te onderzoeken, geldt anderzijds dat deze procedure is voorbehouden aan ondernemingen waar een daadwerkelijke continuïteit van activiteiten voorhanden is.

 

De procedure WCO strekt tot het behoud van de continuïteit van het geheel of een deel van de onderneming in moeilijkheden als van haar activiteiten. Er moet derhalve een noemenswaardige economische activiteit bestaan met een minimum aan levensvatbaarheid. De verzoeker tot gerechtelijke reorganisatie moet daarvan het bewijs leveren aan de hand van concrete elementen (Antwerpen 27 ju/12009, T.B.H. 2009, 655; Gent 16 september 2013, nr.2013/EV/27, onuitg.)

 

Daarbij kan er sprake zijn van rechtsmisbruik wanneer de zaakvoerders/bestuurders in rekening-courant een substantiële schuld hebben ten aanzien van de schuldenaar, maar deze laatste (de vennootschap) de betaling van deze schuld niet opeist, de schuldeisers evenwel niet meer betaalt maar wel toepassing vraagt van WCO. Er is dan sprake van het bewust creëren van een discontinuïteit. (zie in deze zin Gent 16 september 2013, nr. 2013/EV/27, onuitg., Gent, 17 maart 2014, nr. 2014/EV/15, onuitg., Gent 24 maart 2014, T.B.H. 2015, 600, Kh. Hasselt 20 oktober 2009, R. W. 2009-10,1092).

 

In elk geval dringt zich de vaststelling op dat gedurende meerdere jaren een aanzienlijke rekening-courant op naam van de gedelegeerd bestuurder werd opgebouwd waaromtrent nog steeds geen enkel detail wordt verstrekt, laat staan enige verklaring of verantwoording
voor het ontstaan en de aangroei ervan wordt gegeven.

 

Zelfs Indien deze rekening-courant het gevolg zou zijn van een boekhoudkundige verwerking van een aantal niet nader gespecificeerde zaken - wat overigens niet eens wordt aangevoerd, laat staan bewezen - , dan nog is de gedelegeerd bestuurder (tevens enige aandeelhouder) van appellante, mevrouw xxx, en uiteraard ook appellante zelf hiervoor verantwoordelijk.

 

Door de rekening-courant niet te laten aanzuiveren, maar integendeel over de jaren heen steeds te _laten oplopen en aanzienlijke proporties te laten aannemen, zonder blijkbaar ook maar op enige manier op aanzuivering ervan aan te sturen, heeft appellante dan ook bewust haar discontinuïteit gecreëerd.

 

Met de eerste rechter Is ook het hof van oordeel dat met het door appellante ingediende verzoek tot het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie, andere doelstellingen worden beoogd dan deze die bij de WCO voorliggen.

 

In de voorbereidende werkzaamheden wordt uitdrukkelijk vermeld dat het niet de bedoeling kan zijn van de wet continuïteit ondernemingen om de deur open te zetten voor proceduremisbruiken (zie ook : S. Remmery, G. Suply, Wet Continuïteit Ondernemingen, NJW, 2009, 619).

 

Waar zich hier de onmiskenbare vaststelling opdringt dat appellante zichzelf bewust in de gevarenzone van de discontinuïteit heeft geplaatst, is er sprake van rechtsmisbruik van het 'systeem' van de gerechtelijke reorganisatie. (zie Gent, 24 maart 2014, T.B.H. 2015, 600)

 

Er is in beginsel - zoals iedereen het erover eens is - een laagdrempeligheid om te worden toegelaten tot de procedure van gerechtelijke reorganisatie, maar er zijn grenzen, Appellante heeft evenwel de grenzen overschreden van wat ln onze rechtsstaat als welvoeglijk wordt ervaren.

 

Zij heeft zich gedragen op een wijze die een normale en voorzichtige handelsvennootschap geplaatst in dezelfde omstandigheden, nimmer zou hebben gedaan.

 

Het door appellante initieel neergelegde verzoek om te worden toegelaten tot de procedure van gerechtelijke reorganisatie dat naar het oordeel van het hof rechtsmisbruik uitmaakt wordt passend gesanctioneerd door aan appellante de opening van een procedure van
gerechtelijke reorganisatie te ontzeggen.

ICCI Private Stichting naar Belgisch recht Emile Jacqmainlaan 135, 1000 Brussel Abonneer op e-zine Privacy verklaring