16 mai 1995

De vordering van verschillende vennootschappen behorende tot éénzelfde groep, om in het kader van een uniformisering van de controle een nieuwe bedrijfsrevisor te horen benoemen, in opvolging van de uittredende revisor, is gegrond. De werknemersafgevaardigden binnen de ondernemingsraad motiveren immers niet waarop hun gebrek aan vertrouwen in de door de raad van bestuur voorgedragen kandidaat berust.

 

Bovendien heeft de voorgedragen kandidaat-revisor zich er uitdrukkelijk toe verbonden om zich niet in te laten, rechtstreeks of onrechtstreeks, noch door tussenkomst van een natuurlijke of rechtspersoon, met het opstellen van de rekeningen van één van de vennootschappen van de groep, en om niet op te treden ais juridisch en/of fiscaal adviseur van één van hen.