4 juin 2008

1e Kamer

De term “jaar” in art. 64quater Vennootschappenwet (thans art. 135 W. Venn.) dient te worden begrepen als “boekjaar”, zijnde de periode waarop de jaarrekening die de commissaris controleert en waarover hij verslag uitbrengt, betrekking heeft. Daar de wet geen eisen stelt omtrent de duurtijd van elk van de drie boekjaren, kan de verkorting of verlenging van één of meer van die boekjaren geen wijziging meebrengen van het wettelijk omschreven aantal boekjaren dat de ambtstermijn van de commissaris dient te omvatten.